Het genoom van de watervlo (Daphnia pulex) bevat 30.907 genen, het hoogste aantal dat ooit in een dier is gevonden. Meer dan eenderde van die genen is nieuw voor de wetenschap, zo meldt het multinationale Daphnia Genomics Consortium deze week in Science.

Het onderzoek bracht onder meer aan het licht dat de watervlo (in feite geen vlo maar een kreeftachtige) naast zijn genen maar heel weinig ‘junk-DNA’ heeft. Ook zitten opvallend veel genen meer dan één keer in de sequentie. Dat laatste betreft vooral watervlo-specifieke genen die je bij de mens niet terugvindt.

De onderzoekers vermoeden dat die extra ‘reservegenen’ verantwoordelijk zijn voor het verbazende aanpassingsvermogen van de watervlo. Hij mag dan slecht tegen gif kunnen, maar met veranderende natuurlijke omstandigheden heeft hij geen enkele moeite. Desnoods kweekt hij extra stekels om nieuw gearriveerde predatoren een zere bek te bezorgen.

Maar eigenlijk is het onderzoek is vooral gedaan in de hoop dat men de watervlo nóg beter kan gebruiken voor toxiciteitstests. Daphnia wordt al tientallen jaren gebruikt als maatstaf voor watervervuiling, maar tot nu toe kon men eigenlijk alleen kijken of de diertjes wel of niet ziek werden. Nu het genoom bekend is kun je ook gaan kijken naar het effect van chemicaliën op de genetische expressie. Daar gebruikt men nu nog ratten of muizen voor, maar watervlooien groeien sneller, zijn gemakkelijk te kweken en zijn vooral een heel stuk goedkoper.

Een extra voordeel is dat de vrouwtjes zichzelf kunnen klonen, zodat je gemakkelijk een reeks genetisch volmaakt identieke watervlooien in handen krijgt waar je dan verschillende stoffen op kunt uitproberen.

bron: Science, naturenews, Universiteit Utrecht

Onderwerpen