Wacht u voor de cheeseburger.

Transvetzuren in melk, boter, kaas en rundvlees verhogen het ‘slechte’LDL-cholesterolgehalte van menselijk bloed net zo hard als de niet-natuurlijke transvetten in goedkoop bakvet. Dat blijkt uit een studie van Ingeborg Brouwer en Martijn Katan (Vrije Universiteit Amsterdam) die zojuist door PLoS ONE online is gezet.

De auteurs hebben alle studies over het effect van transvetten naast elkaar gelegd die ze in de wetenschappelijke literatuur konden vinden, en ze dusdanig bewerkt dat de resultaten vergelijkbaar werden. Uit deze exercitie trekken ze de conclusie dat álle vetzuren met één of meer onverzadigde bindingen in de trans-configuratie de verhouding LDL:HDL-cholesterol verschuiven in het nadeel van HDL, ongeacht hun structuur, en waar ze ook vandaan komen.

Chemisch gezien is de conclusie wellicht niet zo verbazend. Maar tot nu toe werd vrij algemeen aangenomen dat dit alleen gold voor de transvetzuren die ontstaan bij het industriële ‘harden’ (hydrogeneren) van margarine en frituurvet. Die zijn inmiddels dan ook vrijwel uitgebannen.

‘Natuurlijke’ transvetzuren worden gevormd in de pens van koeien, geiten en andere herkauwers. Ook hier vindt hydrogenering van onverzadigde vetten plaats, met waterstof die vrijkomt door de oxidatie van andere voedingsstoffen. Als katalysator dienen bacteriële enzymen.

Tot nu toe werd vrij algemeen aangenomen dat die natuurlijke transvetten niet schadelijk waren, en misschien zelfs wel gezond. Een ervan, geconjugeerd linolzuur oftewel CLA, wordt zelfs verkocht als voedingssupplement. Uit de nu gepubliceerde studie valt op te maken dat dat stom is.

Volgens Brouwer en Katan is het verstandig om de consumptie van vlees en herkauwervet nog sterker te ontmoedigen dan nu al gebeurt. Tot nu toe was het argument dat de meeste verzadigde vetten in het gemiddelde westerse dieet óók uit deze bron komen. Daar komen de transvetten nu dus nog bij.

Er wordt bij aangetekend dat pogingen om het gehalte aan verzadigde vetten in melk te verminderen door de koeien ander voer te geven, tot een stijging van het transvetgehalte blijken te leiden. Met de suggestie dat dit middel dus minstens even erg is als de kwaal.

De auteurs hebben al berekend dat de kans op hart- en vaatziekten in Europa en de VS met 1,5 tot 6 procent zou dalen wanneer herkauwer-transvetten helemaal van het menu zouden verdwijnen.

bron: VU

Onderwerpen