Anopheles stephensi.

Met CRISPR-Cas9-editing zijn malariamuggen gekweekt die antilichamen aanmaken tegen de malariaparasiet, en dat trekje ook doorgeven aan hun nakomelingen. Het biedt hoop op een efficiënte vorm van malariabestrijding, schrijven Californische onderzoekers in PNAS.

Het idee van die antilichamen is niet nieuw maar dankzij CRISPR gaat het voor het eerst efficiënt. De onderzoekers vulden het genoom va de muggen aan met drie genen, waarvan er twee coderen voor antiparasitaire eiwitten en één voor een rode fluorescentie in de ogen. Aan dat laatste kun je eenvoudig zien of de ingreep is gelukt, en dat bleek bij 99,5% van de muggen het geval.

Codes voor het CRISPR-Cas9-knipsysteem zitten eveneens in het pakket. Dus als een gemodificeerde mug paart met een ongemodificeerde, verbouwt het gewijzigde chromosoom ook meteen het ongewijzigde. Zo blijft de modificatie zichzelf doorgeven naar volgende generaties.

Het idee is dan dat je een klein aantal muggenembryo’s modificeert (een arbeidsintensieve kwestie van met de hand inspuiten) en doorfokt om een veel groter aantal in handen te krijgen. Die zet je uit in het wild, zodat hun extra genen zich breed kunnen verspreiden binnen de muggenpopulatie. Voor de parasieten wordt het dan steeds moeilijker die genen te ontwijken.

Het werkt alleen als de gemodificeerde muggen minstens even gezond zijn en zich net zo gretig voortplanten als de wilde exemplaren; eerdere pogingen liepen hier meestal op stuk maar op het eerste gezicht lijkt dat bij deze poging geen probleem te zijn.

Probleem is wel dat de onderzoekers een Indiase muggensoort (Anopheles stephensi) hebben gemodificeerd, terwijl malaria in India lang niet zo’n groot probleem is als in Afrika. Bovendien vliegen in Afrika een groot aantal verschillende malariamuggensoorten rond die je allemaal afzonderlijk zou moeten aanpakken.

bron: UC Irvine, PNAS, de Volkskrant