Baron Münchhausen verstond tenminste nog de kunst om zichzelf aan de haren uit het moeras te trekken.

Qua innovatie is Nederland een middenmoter met een duidelijke neiging tot afglijden. En dat kun je mede een overheid verwijten die te weinig doet en te weinig duidelijke keuzes maakt. Dat valt op te maken uit het rapport ‘De staat van Nederland innovatieland 2012’, dat zojuist is gepresenteerd door TNO en het Haags Centrum voor Strategische Studies.

De samenstellers suggereren dat het Nederlandse bedrijfsleven vooral gebrek heeft aan nieuw bloed. Er zijn wel veel starters, maar driekwart haalt het niet en de rest groeit minder hard dan je zou willen. En degenen die wèl hard groeien (‘gazelles’, volgens het Financieele Dagblad) zitten vooral in de ICT en de dienstverlening, en zelden in de ‘harde’ industrie.

Gevolg is dat driekwart van de R&D-investeringen wordt gedaan door een handvol grote, reeds lang bestaande concerns. Een deel daarvan houdt de uitgaven op peil, anderen bouwen ze af. Wat daarbij ook meespeelt is dat veel van die concerns inmiddels in buitenlandse handen zijn.

Volgens het rapport is het overheidsbeleid van de laatste jaren niet fundamenteel fout. Alleen werkt het niet wanneer je het schaarse geld alleen maar herverdeelt; om echt iets te bereiken moet je structureel méér uitgeven aan onderzoek en ontwikkeling.

Bovendien is het industriebeleid veel te sterk gepolitiseerd: elk nieuw kabinet vindt het nodig om wéér wat anders te verzinnen op het gebied van subsidies, regels en fiscale voordelen.

En tot slot wordt gesuggereerd dat de huidige 9 topsectoren veel te breed zijn en dat het tijd wordt om échte keuzes te maken. Met de aantekening dat de economie écht gedragen wordt door de chemie, de voedings- en genotmiddelenindustrie, de farmacie, de elektrotechniek, de machinebouw en de IT-dienstverlening, en dus niet door de rest.

“Het feit dat Nederland het economisch tot voor kort nog altijd goed deed, ondanks al langer afnemende scores op kennis- en innovatiegebied, maakt dat de noodzaak en de urgentie van meer R&D- en innovatieuitgaven en inspanningen tot zeer recent (te) weinig gehoor vonden”, zo vatten de auteurs hun boodschap samen. “Nu handelen in plaats van morgen is het devies.”

bron: TNO

Onderwerpen