Nanozilver zit onder meer in antistinksokken.

Over de blootstelling van Nederlanders aan nanodeeltjes is veel te weinig bekend en over de risico’s nog veel minder. De bescherming tegen die risico’s zou dus ook wel eens veel te mager kunnen zijn, zo valt op te maken uit een inventarisatie van TNO en het RIVM in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Het rapport bevat een hele waslijst van producten waar ‘mogelijk’ nanodeeltjes in zitten, variërend van verf en drukinkt tot autobanden en cosmetica. Zowel bij de productie als bij de verwerking kunnen mensen die deeltjes binnenkrijgen.

Verder onderzoek leerde dat dat ‘mogelijk’ nogal zwak is uitgedrukt, zeker voor sommige branches. Van de autobandenproducenten werkt 100 procent met nanodeeltjes, bij betonreparatie is dat 50 tot 83 procent. In de verfindustrie is het naar schatting één op de vijf.

Daar staan dan weer sectoren tegenover zoals de scheepsbouw, de brandstofindustrie en het kappersbedrijf: daar zijn wèl nanomaterialen voor bedacht maar praktijktoepassingen heeft TNO nog niet kunnen vinden.

Vervolgens is een kleine steekproef gedaan onder 37 bedrijven waarvan vaststaat dat ze nanoproducten gebruiken. 33 waren bereid om mee te doen, en daar blijken nanomaterialen zelden een apart aandachtspunt binnen het veiligheidsbeleid. Er wordt op vertrouwd dat de handschoenen en de adembescherming, die men toch al gebruikte, ook de nanodeeltjes wel zullen tegenhouden.

Het rapport moet als basis dienen voor een grootschalig onderzoek naar blootstelling aan nanodeeltjes bij Nederlandse werknemers. Hiervoor gaat TNO honderden werknemers volgen om te zien wat ze nu echt binnenkrijgen. Duidelijk is alvast dat zo’n onderzoek hard nodig is.

Het nationale innovatieprogramma NanoNextNL draagt er 2 miljoen euro aan bij.

bron: TNO

Onderwerpen