Een gemodificeerde E.coli-stam kan cellulose rechtstreeks en zonder hulp omzetten in vetzuren. Dat maakt de productie van biodiesel ineens een stuk simpeler en goedkoper, zo melden Amerikaanse onderzoekers deze week in Nature.

De modificatie betreft verschillende genen. E.coli produceert van nature ook vetzuren, maar dan uit glucose en alleen voor eigen gebruik. Zolang ze niet gebruikt worden zitten ze gebonden aan een eiwit, als onderdeel van een regelmechanisme dat overproductie (en dus energieverspilling) voorkomt.

De eerste stap is dus om de vetzuurproductie op te schroeven door de koppeling met dat eiwit onmogelijk te maken, en het eigen vetzuurverbruik van de bacterie uit te schakelen. In de praktijk blijkt hij de biodiesel dan uit eigen beweging uit te spugen, wat de winning een stuk gemakkelijker maakt..

De tweede stap is om de bacterie te voorzien van genen voor hemicellulase-enzymen, die de hemicellulose in ‘oneetbare’ biomassa afbreken tot eenvoudige suikers. De publicatie suggereert overigens dat dit nog niet helemaal lekker werkt, maar uiteindelijk wel moet zijn te optimaliseren.

Alles bij elkaar betreft het meer dan een dozijn modificaties.

De gen-bacterie is een product van het Joint BioEnergy Institute (JBEI) van de Amerikaanse overheid, onder leiding van Jay Keasling, en van LS9, een bedrijfje in San Francisco.

bron: Berkeley Lab, naturenews

Onderwerpen