Sommige vrouwtjesspinnen gebruiken geacyleerde serinederivaten om mannetjes te laten weten dat ze in zijn voor een relatie. Deze klasse van organische verbindingen was niet eerder aangetroffen in de vrije natuur, zo melden Duitse en Canadese wetenschappers op de website van Angewandte Chemie.

Het aminozuurderivaat wordt geproduceerd door de Australische roodrugspin (Latrodectus hasselti), een familielid van de zwarte weduwe. Bekend was al dat mannetjes van deze soort baltsgedrag gaan vertonen wanneer ze het web van een vrouwtje naderen, maar alleen wanneer dat vrouwtje nog niet is bevrucht. Nu is dus eindelijk duidelijk waar het mannetje dat aan kan ruiken.

Het heeft de nodige moeite gekost om de juiste structuur te achterhalen. De onderzoekers hadden immers geen idee in welke richting ze moesten zoeken, en een aminozuurderivaat lag niet echt voor de hand. Uiteindelijk hebben ze met massaspectrometrie bepaald welke bouwstenen er in het molecuul verwerkt moesten zitten. Vervolgens maakten ze een bibliotheek aan van alle isomeren die het kónden zijn, en vergeleken die stuk voor stuk met het echte feromoon.

Het is nog maar het zesde spinnenferomoon dat ooit in de literatuur beschreven is. In een tweede publicatie in Angewandte beschrijven de Duitsers nummer 7, een citraatverbinding die wordt geproduceerd door de tijgerspin Argiope bruennichi. Maar deze stof lijkt sterk op een van de 5 feromonen die al eerder waren ontdekt.

De onderzoekers hebben dat citraat ook al in het lab gesynthetiseerd en er wat proefjes mee gedaan. Het spul blijkt de mannetjesspinnen op meters afstand te kunnen lokken. Mogelijk zijn zulke stofjes dus te gebruiken om ongewenste achtpotige passagiers uit vrachtcontainers te lokken.

bron: C&EN

Onderwerpen