'Terroristen grijpen eerst naar de simpele middelen.'

Terroristen maken graag gebruik van chemie. Vandaar dat bedrijven en universiteiten met terrorismebestrijding te maken krijgen. Tjibbe Joustra over huisgemaakte explosieven, beveiliging en kennismigranten. ‘Je moet geen heksenjacht ontketenen.’

De chemische industrie kan doelwit worden van terroristische aanslagen. Tegelijkertijd is met de juiste chemische, radioactieve en biologische grondstoffen een dodelijk wapen te maken. Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb) Tjibbe Joustra vertelt over de maatregelen die tot nu toe zijn genomen om dat risico te beperken. Een voorbeeld is het Alerteringsysteem Terrorismebestrijding, waarbij grote chemische bedrijven zijn aangesloten. En betere beveiliging van onderzoeksinstituten en beleid op het gebied van grondstoffen voor zelfgemaakte explosieven.

Je houdt zich bezig met risico’s, dreigingen en kansen. Heb je met dat soort abstracte zaken nooit moeite om mensen ervan te overtuigen dat er maatregelen nodig zijn?

“Dat is inderdaad een van de lastige onderwerpen waarmee je hier worstelt. Als de aandacht voor terroristische dreiging op z’n top is, zeggen we: ‘Er komen ook weer andere tijden, dus laten we reëel zijn in de maatregelen.’ En als de belangstelling in het dal zit, moeten we zonder paniek te zaaien aandacht vragen. Onze organisatie moet wat dat betreft een beetje anticyclisch bezig zijn. Maar we zullen nooit dingen voor de bühne doen. Je ziet dat weleens in het buitenland. Bij een terroristische dreiging staan er militairen met machinegeweren op volle treinstations. Waarbij ik me dan altijd afvraag wat ze gaan doen als er echt iets gebeurt – hopelijk niet schieten. In Nederland zetten we geen militairen in om alleen een beeld te scheppen.”

Als het gaat om de chemische industrie en laboratoria, kan ik me voorstellen dat men al denkt veilig te werken en alert te zijn.

“Ik moet zeggen: in de chemische industrie is men gewend om na te denken over veiligheid en veiligheidsconcepten. Met de chemische sector hebben we goede afspraken kunnen maken. Het alerteringssysteem voor de chemische sector – en ook voor andere sectoren – is zonder wettelijke regeling opgezet, op basis van vrijwilligheid. Waarbij men wel heeft gezegd, en daar heb ik alle begrip voor, ‘We doen al heel veel, maak dus niet het zoveelste systeem.’ Juist bij de alerteringssystemen proberen we opportunistisch te zijn en mee te liften op zaken die toch al gebeuren. ”

Welke bedrijven zijn bij het alerteringssysteem aangesloten?

“Met een beperkt aantal grote kernspelers hebben we op individuele basis afspraken gemaakt. Ik heb brieven gekregen van bedrijven die niet bij die groep zitten, maar vinden dat ze er wel bijhoren. Dat is toch vrij opvallend, dat het bedrijfsleven zich bij de overheid meldt om bemoeienis. Het bedrijfsleven ziet ook het grotere belang: terrorisme beïnvloedt de beurzen en het vestigingsklimaat in een land. Ook zijn we bezig met groepen van kleinere bedrijven, waarbij de maatregelen nog wat minder ver zijn uitgewerkt. We proberen zo’n 80 procent van de totale markt met de bedrijven in een sector te bereiken.”

Het is een systeem gebaseerd op vrijwilligheid. Hoe kun je controleren of er vooruitgang is geboekt op dat gebied?

“We hebben met de grote bedrijven afspraken gemaakt. Die komen erop neer dat bij een bepaald dreigingsniveau een passend pakket maatregelen wordt genomen. Wij proberen inzicht te verschaffen in wat de risico’s zijn door middel van dreigingsanalyses. Een tweede belangrijk element is dat we gezamenlijk oefenen. Dat is echt van heel groot belang. Per sector houden we eens in de twee jaar een table top-oefening voor de bestuurlijke lijnen, en er is eens in de vijf jaar een operationele oefening waarbij er werkelijk zaken gebeuren.”

Er wordt dan een aanslag gesimuleerd?

“Een groep mensen – meestal van de marechaussee – dringt een bedrijf of terrein binnen om dingen te doen die niet mogen. Dat hebben we met wat sectoren geoefend. Dergelijke oefeningen leveren inzicht in hoe de structuren werken. Belangrijker is dat het een netwerk van mensen oplevert die elkaar hopelijk weten te vinden als er reëel wat aan de hand mocht zijn. Daarmee willen we het alerteringssysteem levend houden, want ook daarvan is de bedoeling dat we het zo min mogelijk zullen gebruiken.”

In Nederland is het algemene dreigingsniveau substantieel. Is er voor bedrijfssectoren ooit een hoger dreigingsniveau geweest?

“Alle sectoren zijn op dit moment op het laagste niveau – het basisniveau – behalve Schiphol. Dat heeft vanaf het begin op het eerste niveau van lichte dreiging gezeten. Burgerluchtvaart is namelijk kwetsbaar. Tot nu toe hebben we het alerteringssysteem gelukkig maar één keer gehanteerd, in 2005 rond het spoor. Dat was een hele klus, want ook alle conducteurs en machinisten moesten op de hoogte worden gebracht.”

Er is een apart beleid op het gebied van chemische, biologische, radiologische en nucleaire middelen. Wat houdt dat CBRN-beleid in?

“De kans op een CBRN-aanslag is klein, maar het kan de burgers erg verontrusten. Bij aanslagen met CBRN-middelen hoef je niet eens aan James Bond-achtige scenario’s te denken. Natuurlijk, je kunt van alles bedenken, maar de kans op een aanslag met een home made explosief is groter dan een aanslag met een nucleair explosief. Daarom besteden we er veel aandacht aan, want ook daarbij gaat het om het verkrijgen van grondstoffen – in dit geval om explosieven mee te maken.”

Op welke wijze kunnen bedrijven en labs daar een rol in spelen? Home made klinkt bijna als ‘bezoek de Gamma en koop de juiste spullen’.

“Er zijn natuurlijk explosieven te fabriceren door bij wijze van spreken de inhoud van het keukenkastje bij elkaar te gieten. Maar wil het enig effect hebben, dan heb je grondstoffen in een grotere hoeveelheid of andere samenstelling nodig dan een gemiddelde burger koopt. Als iemand een zeer hoge concentratie waterstofperoxide koopt of enorme hoeveelheden kunstmest van een bepaalde samenstelling, dan is dat gek. Het lijkt theoretisch, maar zo zijn er aanslagen gepleegd en voorbereid. In dat opzicht kan het bedrijfsleven een rol spelen.”

Wanneer weten bedrijven of ze een vreemde order krijgen?

“Het RIVM heeft onderzoek gedaan naar stoffen en combinaties waarmee explosieven gemaakt kunnen worden. Toen ik het onderzoek las, dacht ik: ‘Tjonge, er is wel heel veel mogelijk.’ Aan de hand van criteria als verkrijgbaarheid, effectiviteit en stabiliteit hebben we een beperkte lijst van veertien stoffen opgesteld. Er zijn al verschillende regelingen, bijvoorbeeld rond kunstmest. Met de systemen die er al zijn proberen we tot een meldingsstelsel te komen, en zo misbruik aan te pakken. ”

Gelden voor biologische agentia dezelfde regimes als voor chemicaliën? Een pallet kunstmest is makkelijker te traceren dan een buisje antrax.

“Biologische agentia als antrax zijn doorgaans niet vrij in de handel verkrijgbaar. Dan moet je naar wetenschappelijke instituten. Daar komt bij dat het agentia zijn die heel moeilijk te hanteren zijn. Onze analyse – en dat geldt ook internationaal – is dat we heel ingewikkelde, geavanceerde aanslagen kunnen bedenken, maar terroristen grijpen toch het eerst naar simpele middelen. Vandaar dat die zelfgemaakte explosieven zo’n belangrijk onderwerp zijn. Het eenvoudige heeft bij terroristen de voorkeur.”

Onderzoeksinstituten lijken soms een verlengde van de straat, zo vrij toegankelijk als ze zijn.

“Het kabinet heeft ongeveer 100 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de weerbaarheid van deze instellingen tegen terrorisme. Daarvan is 80 miljoen bedoeld om de beveiligingsmaatregelen van wetenschappelijke instituten en ziekenhuizen op peil te brengen. Dat zijn plaatsen waar nucleair materiaal of biologische agentia liggen opgeslagen. Want hier en daar moesten we constateren – en daar was iedereen in de onderzoeksector het wel mee eens – dat de security nog weleens de sluitpost is. Het bewustzijn is gegroeid, maar nog onvoldoende. Dat proberen we met geld te stimuleren, want het is een groot risico.”

De ironie van sommige opleidingen is dat je mensen indirect leert hoe ze een bom zouden kunnen maken. En opleidingen trekken steeds meer buitenlandse studenten. Speelt die menselijke kant een rol?

“Het hele punt van kennis en studiemigratieis een aantal keren aan de orde geweest de laatste tijd. We hebben in Engeland gezien dat kennismigranten aanslagen pleegden: artsen en verpleegkundigen in opleiding. En een lid van de Hofstadgroep studeerde chemie aan de Hogeschool Leiden. Kennismigratie is belangrijk. Nederland heeft die mensen wat te bieden, en we willen graag goede wetenschappers en studenten. Laten we dat vooral zo houden. Maar opleidingen moeten ook het bewustzijn hebben dat het risico’s kan opleveren. Dat is het evenwicht dat je moet zoeken: er kan een probleem zijn, maar gooi het kind niet met het badwater weg.”

Het lijkt me voor opleidingen lastig daar concreet iets mee te doen. Je hebt een lijst met namen van eerstejaars. En dan?

“Nogmaals: je moet geen heksenjacht ontketenen. Universiteiten en hogescholen moeten geen vooruitgeschoven posten van terrorismebestrijding worden. Maar ze mogen best nadenken over risico’s die voor hen te signaleren zijn. Als een opleiding iemand inschrijft en die student komt nooit, dan zou ik zeggen: informeer eens. Dat klinkt heel simpel, maar dat is nog geen gewoonte. Het kabinet komt binnenkort met een nota over kennismigratie. Met het onderwijsveld werken wij daaraan mee om er een duidelijke veiligheidsparagraaf in te krijgen.” |

Bron: C2W13, 28 juni 2008

Onderwerpen