Als de Nederlandse industrie niet meer moeite gaat steken in innovatie en onderlinge samenwerking, raakt ze haar concurrentiepositie kwijt. En dat zou heel slecht zijn voor de Nederlandse economie, waarschuwen industriekenners van de Rabobank in een zojuist verschenen strategische visie.

De belangrijkste waarschuwing is dat bedrijven, die zich te lang blijven concentreren op ‘volwassen’ markten, uiteindelijk terecht komen in een neerwaartse spiraal waarin ze alleen nog op prijs kunnen concurreren. En tegen Chinezen verlies je dat altijd.

Het rapport heet ‘Beter en sneller innoveren in de maakindustrie’, en de illustraties suggereren dat het vooral om de metaal- en elektronica-industrie gaat. Maar uit de tekst valt op te maken dat de chemie en de life sciences wel degelijk onder ‘maakindustrie’ vallen, als het aan de Rabobank ligt.

Die sectoren mogen zich dus ook het bekende verwijt aantrekken dat 0,88 procent van het bruto binnenlands product een te laag bedrag is om aan R&D uit te geven, zeker als je weet dat het Europese gemiddelde op 1,25 procent ligt. Er zijn uiteraard individuele chemie- en lifesciencebedrijven die hier ruim boven zitten (genoemd worden AkzoNobel, Shell, DSM en Unilever), maar dat geldt lang niet voor alle ondernemers binnen de sector. Wie de schoen past, trekke hem aan: óók binnen de chemie laat het midden- en kleinbedrijf het volgens dit rapport een beetje afweten.

Volgens mede-auteur Steffanie van der Maas, sectormanager Industrie van de Rabobank, is extra geld trouwens niet voldoende. Binnen de industrie moet ook veel meer worden samengewerkt, zo vertelde ze een NOS-verslaggever. Ten eerste moeten technici, marketeers en managers binnen individuele bedrijven vaker met elkaar overleggen, ten tweede moeten die bedrijven onderling meer samenwerken in plaats dat ze alles op hun eentje willen kunnen.

Nogmaals: wie de schoen past trekke hem aan. Verrassend genoeg komt Van der Maas met Organon op de proppen als voorbeeld van hoe het niet moet. “Dat bedrijf was steeds meer naar binnen gekeerd. Het Amerikaanse moederbedrijf heeft echt een ‘muur’ om de R&D-afdeling gebouwd. Er werd niet meer samengewerkt met andere bedrijven en dan is er na een tijdje weinig reden om je R&D in Nederland te houden.”

Als voorbeeld van hoe het wel moet noemt ze chipmachinefabrikant ASML, die wèl zeer nauw samenwerkt met zijn toeleveranciers en zo een compleet regionaal kennisnetwerk heeft weten te scheppen.

bron: Rabobank, NOS

Onderwerpen