Radioactieve straling heeft verrassend weinig uitwerking op de genetische expressie van planten. Dat blijkt uit proteomics-onderzoek naar gewassen die groeien rond de voormalige kerncentrale van Tsjernobyl.

Kennelijk hebben planten in een ver verleden resistentie opgebouwd tegen natuurlijke radioactiviteit en is die er nooit meer uitgeëvolueerd, aldus de Slowaakse onderzoeker Martin Hajduch die de resultaten zojuist publiceerde in het tijdschrift Environmental Science and Technology.

In 1986 veroorzaakte een van de centrales bij Tsjernobyl de grootste kernramp uit de geschiedenis van de mensheid. De omliggende grond is nog steeds zwaar vervuild met 90Sr, 137Cs en een reeks andere radio-actieve isotopen. Maar wwonderlijk genoeg tieren planten er nog altijd welig.

Om te begrijpen hoe dat kan hebben Hajduch en collega’s nu sojabonen en vlas gezaaid op een akkertje bij Pripyat, een paar kilometer van de centrale. Als controle zaaiden ze dezelfde planten inop een akker verderop, waarvan de bodem al grondig was gesaneerd.

Uit de zaden die door die planten werden voortgebracht, isoleerden ze vervolgens alle eiwitten. Die analyseerden ze met 2D-elektroforese, gevolgd door tandem-massaspectrometrie.

De verschillen bleken veel kleiner dan verwacht. Zo bleken bij de vlaszaden slechts 35 van de 720 onderzochte eiwitten op de radioactieve akker duidelijk meer of minder tot expressie te komen. 28 daarvan konden achteraf worden geïdentificeerd: het bleken vooral signaaleiwitten te zijn.

Met de sojabonen werden vergelijkbare resultaten geboekt. Alleen zaten de afwijkingen daar vooral in ándere eiwitten. Om precies te zijn in eiwitten die normaal gesproken in verband worden gebracht met de aanwezigheid van niet-radioactieve zware metalen in de bodem.

Dat dieren wél veel gevoeliger zijn voor radioactiviteit, zou kunnen komen doordat die wel zo eenvoudig kunnen zorgen voor het behoud van hun soort door tijdig weg te lopen.

bron: BBC News

Onderwerpen