Geprinte pil (maar dat bedoelen we niet!)

Medicijnen kun je beter óp een pil printen dan dat je ze er doorheen mengt. De dosis is dan veel nauwkeuriger af te meten en het medicijn werkt sneller, zo denkt een Engels onderzoeksteam onder leiding van Nik Kapur (University of Leeds, Engeland).

Het idee is om pillen te persen van alleen vulmiddel. Die leg je op een lopende band, waarna een aangepaste inkjetprinter op elke afzonderlijke pil een afgemeten dosis geneesmiddel druppelt. De vloeistof trekt dan vanzelf een eindje in de pil, maar je mag verwachten dat ze niet zó diep komt en dus al vrijkomt wanneer die pil nog maar gedeeltelijk is opgelost.

Een aantal verschillende middelen in één pil doseren zou technisch ook geen bezwaar moeten zijn.

Nu is het nog zo dat de werkzame stof vóór het persen door het vulmiddel wordt gemengd. Of in elke pil evenveel terechtkomt, is dan puur een kwestie van statistiek. Met de huidige meng- en roermethoden zitten zit je meestal niet zo ver van een ideale verdeling af, zelfs als de actieve stof maar 0,1 procent van de totale massa uitmaakt. Maar de kans op uitschieters blijft altijd aanwezig - en controleren kan alleen steekproefgewijs.

De inkjetprintermethode is ooit als alternatief gelanceerd door farmagigant GlaxoSmithKline. Het probleem is tot nu toe dat het alleen goed werkt met geneesmiddelen die ergens in willen oplossen. In de praktijk schijnt dat slechts 0,5 procent te zijn van alles wat in tabletvorm wordt toegediend.

De rest vormt geen oplossing maar een suspensie, die in een printkop rare dingen gaat doen.

GSK heeft nu de universiteiten van Leeds en Durham in de arm genomen om dit systeem te optimaliseren. Een twee jaar durend project moet technologie opleveren die inkjetdosering van 40 procent van alle geneesmiddelen toelaat.

Bijkomend voordeel zou moeten zijn dat deze doseermethode zó betrouwbaar is dat je niet bij elk nieuw geneesmiddel de kwaliteit van de pillen uitgebreid hoeft te testen. Dat zou betekenen dat je een nieuw geneesmiddel sneller op de markt kan hebben.

bron: University of Leeds

Onderwerpen