Achterhaalde vaccins tegen de vogelgriep kunnen nog steeds nuttig zijn. Je kunt er het immuunsysteem mee voorbereiden op een injectie tegen de huidige vogelgriepstam. Die werkt dan des te beter, zo stellen onderzoekers van Saint Louis University (VS) in het Journal of Infectious Diseases.

De ondrzoekers hebben wat proefjes gedaan met een vaccin uit 2004, waar de Amerikaanse overheid indertijd 20 miljoen doses van heeft ingeslagen. Dat vaccin beschermde tegen de Vietnamese H5N1-stam, die die op dat moment de meest voorkomende vogelgriepvriant was. Daarna kreeg echter de Indonesische stam de overhand en leken de vaccins verder waardeloos.

Bij 491 gezonde volwassenen is nu uitgetest wat je kunt bereiken met dit vaccin en een vaccin tegen de Indonesische stam, dat nog in de experimentele fase verkeert.

Resultaat: voor bescherming tegen H5N1 moet je altijd twee keer vaccineren. Maar dan maakt het niet uit of je voor het eerste shot een vers vaccin gebruikt, of dat oude (maar nog goede) vaccin uit 2004. Het immuunsysteem wordt hoe dan ook voorbereid op vogelgriepvirussen in het algemeen, zodat het des te alerter op de tweede injectie zal reageren.

Voordeel is dat je meer tijd krijgt om een vaccin tegen de nieuwste vorm van H5N1 te ontwikkelen en te produceren. Je hebt het immers pas nodig wanneer het tijd wordt voor de tweede injectie.

Bovendien kom je op een nette manier van je oude vaccins af.

Opvallend genoeg wordt het effect sterker naarmate er meer tijd tussen de twee injecties zit. Zes maanden is optimaal. Als je al middenin een pandemie zit is dat natuurlijk veel te lang, maar je zou kunnen overwegen om risicogroepen alvast het oude vaccin te geven wanneer je de pandemie in de verte ziet aankomen.

Voorlopig gelden deze conclusies overigens alleen voor de vogelgriep. Of oude vaccins tegen de Mexicaanse griep en/of de seizoensgriep eveneens op deze manier zijn te recyclen, moet nog worden uitgezocht.

bron: St Louis University

Onderwerpen