Europa formuleerde de eerste wettelijke criteria wereldwijd voor hormoonverstorende stoffen. Veel te strikt, volgens de milieuorganisaties. Onhaalbaar, zeggen medici. Geen onderscheid tussen gevaarlijke en onschuldige stoffen, aldus de industrie.


Het bacteriedodende triclosan in tandpasta. Bisfenol A in kassabonnen en plastics. De parabenen die cosmetica lang houdbaar maken. En een reeks pesticiden. Allemaal staan ze te boek als hormoonverstorende stof, oftewel endocrine disrupting chemical (EDC) in EU-termen. Ze ont­regelen de natuurlijke hormoonbalans en er zijn sterke aanwijzingen dat ze een rol spelen bij de stijgende onvruchtbaarheid, vervroegde puberteit en toenemende borst-, prostaat- en teelbalkanker.

Criteria

Aan EU-commissaris van Gezondheid en Voedselveiligheid Vytenis Andriukaitis de schone taak om als eerste wettelijke criteria op te stellen. Want de stoffen worden steeds meer als aparte gevarenklasse gezien, naast toxische, kankerverwekkende en radioactieve stoffen. Geen makkelijke opgave voor de Litouwse. Want voor milieuclubs zoals PAN Europe zijn EDC’s het nieuwe DDT. Zij vermoeden ook een belangrijke rol in de toename van obesitas, diabetes, autisme en ADHD.

De industrie daarentegen ziet vooral veel onbewezen bangmakerij. ‘Uiteraard moeten risico’s van gevaarlijke stoffen zoveel mogelijk worden beperkt’, zegt Dirk van Well, senior beleidsmedewerker stoffen en arbeidshygiëne bij de VNCI. Maar ook koffie, soja, paracetamol en marihuana ­beïnvloeden de hormoonhuishouding. Dat gegeven op zich is dus nog geen reden tot zorg, vindt de industrie. ‘Het gaat om het vermogen waarmee stoffen hormoon­verandering induceren, de potentie.

Teleurstelling

Beide ‘uitersten’ keken met spanning uit naar de lancering van de eerste criteria wereldwijd voor hormoonverstoorders. De EU had deze al voor eind 2013 beloofd, maar er was een rechtszaak van Zweden voor ­nodig om echt schot in de zaak te brengen. Op 15 juni 2016 was het zover. Andriukaitis presenteerde de criteria in twee wetsvoorstellen, een voor gewasbeschermingsmiddelen, de ander voor ongediertebestrijding.

Een golf van kritiek volgde. ‘Echt schandalig. Met deze regels zal geen enkele hormoonverstorende pesticide in de ban gaan’, zegt een verontwaardigde Hans Muilerman, chemicals officer bij milieukoepel PAN Eu­rope. De International Endocrine Society (18.000 artsen en wetenschappers) noemden de criteria in een open brief ‘nearly unachievable scientifically’. En ook de milieuministers van Frankrijk, Zweden en Denemarken klommen in de pen van­­wege het ‘onacceptabele voorstel’.

De Utrechtse toxicoloog Martin van den Berg - naar eigen zeggen ‘uit de gematigde hoek’ - was in maart uitgenodigd door de EU bij een expertmeeting in Duitsland. Met zo’n twintig andere toxicologen en gezondheidswetenschappers formuleerden ze gezamenlijk de wetenschappelijke uitgangspunten voor de criteria. ‘Ik herken veel van onze punten. De criteria gaan bijvoorbeeld uit van de algemeen geaccepteerde definitie van de Wereldgezondheids­organisatie (WHO, red.). Ze leggen de bewijslast voor verdachte stoffen waar die hoort: bij de producenten. En de regelgeving houdt rekening met de werkelijke blootstelling.’

Pijnpunten bij mensen

Toch stelt Muilerman dat het voorzorgsprincipe wordt verkwanseld, omdat een stof pas hormoonontregelend is wanneer ze schade veroorzaakt die relevant is voor de mens. ‘Er moet dus eerst gezondheidsschade bij de mens zijn aangetoond voordat een stof kan worden verboden. Dit is zo schandalig. De burger wordt zo niet ­beschermd, maar de industrie. Die heeft zwaar gelobbyd, met veel steun van de VS in verband met het TTIP.’ Toch is juist ook de industrie teleurgesteld, want die had graag een classificatie gezien op basis van ‘de potentie’ van een stof. Deze aanpak heeft de criteria niet gehaald.

Van den Berg interpreteert de formulering breder dan de milieuorganisatie. ‘In de toxicologie gelden laboratoriumtests ook als aannemelijk risico voor humane schade. Want tenzij er grote ongelukken zijn geweest, bestaan studies bij mensen alleen uit epidemiologische studies. Die zijn tijdrovend en duur. Je bent zo tien, twintig jaar verder. Bij een stof die in het lab overduidelijk een sterk schadelijke werking heeft, wacht je niet de praktijk af.’

Het lijkt me sterk dat BPA er niet onder valt

De endocrinologen wijzen in hun open brief op nog een essentiële verandering in de EU-definitie van een hormoonverstoorder ten opzichte van die van de WHO. ­Die spreekt van een stof die de werking van het hormoonsysteem verandert. De EU eist dat de stof specifiek ingrijpt op het hormoonsysteem. ‘Een fundamentele vergissing in de werking van ­­­­het hormoonsysteem’, zegt de Endocrine Society. Dit sluit immers stoffen uit die in het lichaam zelf worden omgezet in hor­moon­­­­verstoorders.

Bisfenol A

Veel gemor dus over de nieuwe criteria. De Europese milieuministers van Frankrijk, Denemarken en Zweden vrezen dat zelfs de meest beruchte hormoonverstoorder op dit moment, bisfenol A, er niet aan zou voldoen. Bisfenol A, kortweg BPA, zit in inkt voor thermische kassabonnen, in verf en coatings, en als weekmaker in verpakkingsmateriaal, speelgoed en infusen. De stof ‘imiteert’ oestrogeen en is sinds 2011 in Europa verboden in babyflesjes. Hor­moonontregelaars kunnen namelijk vooral kwaad doen in ontwikkelingsfases: in de baarmoeder, in het eerste levensjaar en rond de puberteit.

‘Er zijn ondertussen meer dan honderd studies die wijzen op schade bij de mens’, zegt Van den Berg. ‘Het lijkt me toch sterk dat BPA dan niet onder de EU-criteria zou vallen.’ Maar op de letter gelezen, hebben de milieuministers een punt. Het meest overtuigende oorzakelijke verband tussen BPA en borstkanker volgt namelijk niet uit epidemiologisch onderzoek bij de mens, maar uit Amerikaans onderzoek bij resusapen. Blootstelling in de baarmoeder aan BPA leidt tot een hogere dichtheid van het borstweefsel, waardoor de kans op borstkanker toeneemt. Maar het apenbewijs telt, vrezen de ministers, niet mee.

De protesterende milieuministers komen allemaal uit landen die zelf al extra beschermingsmaatregelen namen tegen BPA. Zweden (en overigens ook België) kent een verbod op bisfenol A in voedselverpakkingen voor kinderen tot drie jaar. In Frank­rijk geldt sinds 2015 zelfs een totaalverbod voor BPA in voedingsverpakkingen. En Zweden deed dit jaar samen met Frankrijk een voorstel voor een EU-verbod op BPA in thermisch papier. Dat voorstel is begin juli breed gesteund, zodat een verbod vóór 2019 waarschijnlijk is.

Geen extra maatregelen

Nederland nam tot nu toe geen extra maatregelen, maar het RIVM adviseerde de overheid vorige maand wel de blootstelling aan BPA op korte termijn te verminderen, vooral voor kleine kinderen, zwangeren en vrouwen die borstvoeding geven. ‘Nieuwe studies laten zien dat BPA het immuunsysteem van de ongeboren vrucht of jonge kinderen kan schaden bij een lager blootstellingsniveau dan het niveau waarop de huidige normen zijn gebaseerd’, concludeert het RIVM in zijn rapport Bisphe­nol A Part 2 Recommendations for risk management. Ook kan BPA de ontwikkeling van voedselallergieën stimuleren bij concentraties die lager zijn dan de huidige Europese norm (4 µg per kilo lichaams­gewicht per dag).

De wetsvoorstellen met de criteria gaan nu naar het Europees Parlement, en ook de lidstaten moeten instemmen. Voor invoering is een zogeheten qualified majority ­nodig: een meerderheid van EU-landen waarbij de bevolkingsgrootte meetelt. Nu niemand tevreden lijkt, zal de al jarenlang durende discussie eerder oplaaien dan ­eindigen.

Links naar WHO- en EU-documentatie over hormoonverstoorders: