Plasmide-DNA.

Nanobolletjes van calciumfosfaat met een lipidelaagje er omheen vormen een ideaal transportmiddel om ‘vreemd’ DNA in een celkern te krijgen. In elk geval werkt het veiliger dan een virus, zo claimen onderzoekers van Ohio State University in het International Journal of Pharmaceutics.

Volgens eerste auteur Chenguang Zhou zit de sterkte in de combinatie. Eerder is geprobeerd om alleen lipiden als verpakking te nemen (in de vorm van een liposoom), maar die verpakking is te degelijk: het DNA komt er niet uit. Ook is het geprobeerd met alleen calciumfosfaat, maar dat zout is hygroscopisch: in het lichaam zwellen de nanobolletjes dusdanig op dat ze de cel niet eens meer in komen.

De nu voorgestelde combinatie zou (op z’n minst in theorie) beter moeten werken. De omringende lipiden loodsen het bolletje de cel in. Daar is de pH lager waardoor het calciumfosfaat oplost, de hele structuur in elkaar klapt en het DNA vrijkomt.

De auteurs zeggen een methode te hebben ontwikkeld waarbij zulke nanobolletjes zichzelf assembleren uit synthetische lipiden, calcium- en fosfaationen en zogeheten plasmiden, cirkelvormige stukken DNA die autonoom tot expressie kunnen komen zonder dat ze in het kern-DNA van de gastheercel hoeven te worden ingebouwd.

Ze hebben het geprobeerd met plasmiden waar een gen voor groen fluorescerend eiwit in zat. Toen ze zulke deeltjes loslieten op een kweekje van muizencellen, werden die inderdaad groen.

Aanvullende proefjes lieten zien dat de aflevering van de plasmiden 24 keer efficiënter verliep dan bij toediening van onbeschermde plasmiden, en 10 keer efficiënter dan bij gebruik van kale calciumfosfaatbolletjes.

bron: Ohio State University

Onderwerpen