Kleine  nanodeeltjes op relatief grote parasiet.

Nanodeeltjes die lijken op rode bloedcellen kunnen wellicht malariaparasieten foppen. In vitro werkt het alvast fantasisch, schrijven onderzoekers van de universiteit van Basel in ACS Nano.

Ze denken dat de nanodeeltjes ook bruikbaar zijn als onderdeel van een vaccin. Als zo’n parasiet de bloedbaan bereikt, zit hij gemiddeld binnen een minuut in een bloedcel waar het immuunsysteem hem niet meer kan zien. Als de nanodeeltjes dat voorkomen, hebben de immuuncellen tenminste de tijd om de maat te nemen en passende antilichamen te genereren.

De deeltjes bestaan uit zelfassemblerende blokcopolymeren met een naar buiten stekende ‘staart’ van heparine. Dat laatste is een polysaccharide dat in iets andere vorm ook op de celwand van rode bloedcellen zit, en door malariaparasieten in het merozoïetenstadium wordt gebruikt als eerste aangrijpingspunt.

Proeven in vitro suggereren dat de nanodeeltjes, die vele malen kleiner zijn dan een echte rode bloedcel of een parasiet, inderdaad in grote aantallen op die parasieten klitten en ze zo machteloos maken.

De reden om nanodeeltjes te gebruiken was overigens tweeledig: ten eerste worden losse heparinemoleculen veel te snel afgebroken, ten tweede is heparine tevens een bloedverdunner die je beter niet kunt toedienen aan een sterk verzwakte malariapatiënt. Achteraf kan daar nog aan worden toegevoegd dat de parasiet zich twee ordegroottes steviger aan zo’n nanodeeltje blijkt te binden dan aan een los heparinemolecuul, wat ongetwijfeld komt doordat hij zich aan zo’n bolletje op meerdere plekken tegelijk hecht.

Bijkomend voordeel van dit opzetje is dat de kans op resistentie heel erg klein is: overschakelen op een ander aangrijpingspunt is chemisch gezien wel érg ingrijpend.

De eerste dierproef staat voor januari gepland.

bron: C&EN