Katoen en polyester bedekt met caseïne branden dus niet helemaal af

Caseïne, een eiwit dat in melk voorkomt, is te gebruiken als vlamvertrager. Dat schrijven onderzoekers van de Polytechnische Universiteit Turijn in een publicatie in Industrial & Engineering Chemical Research.

Veel vlamvertragende middelen bevatten organofosfaten. Die organofosfaten zijn nog wel brandbaar, maar vormen tijdens het branden een polymeerlaagje van fosforzuur dat ervoor zorgt dat het vuur zich niet kan verspreiden. Het nadeel is dat de organofosfaten zelf ook niet altijd even gezond zijn.

De Italianen keken als vervanger naar caseïne. Het is een eiwit dat in melk voorkomt en je tijdens de productie van kaas gemakkelijk af kan vangen. Caseïne bevat ook veel fosfaatgroepen en zou dus ook vlamvertragend kunnen werken, bedachten de onderzoekers.

De onderzoekers behandelden katoen, polyester en een mengsel van 65 % polyester en 35 % katoen met water waar caseïnepoeder in zat. Daarna voerden ze een aantal brandbaarheidstesten uit. De stukken stof van katoen en polyester hielden na verloop van tijd van zelf op met branden en daarbij bleef respectievelijk 86% en 77% van de stof onaangetast. De combinatie polyester-katoen brandde wel volledig af, maar deed daar 60 % langer over. In vergelijking met bijvoorbeeld ammonium polyfosfaat is dat zeker niet slecht, met als bijkomende voordeel dat caseïne tijdens het branden geen giftige dampen veroorzaakt.

Caseïne is nog niet direct bruikbaar, want het heeft nog een aantal probleempjes. Ten eerste was je het namelijk zo van een stuk stof af. Het onderzoeksteam is een hars aan het ontwerpen waarop je de caseïne kunt fixeren. Ze werken ook aan een oplossing voor de geur die caseïne verspreidt. Het ruikt namelijk nogal vies. Maar als ze dat eenmaal oplossen is caseïne een heel handig alternatief – vooral in landen waar men veel kaas maakt.

Bron: C & EN

Onderwerpen