Door tumoren aangetsats muizendarmen. De onderste muis kreeg antibiotica om zijn darmflora koest te houden.

De samenstelling van je darmflora bepaalt mede je kans op darmkanker. In elk geval als je een muis bent, hebben onderzoekers van de University of Michigan experimenteel vastgesteld.

Al eerder was vastgesteld dat de darmflora verandert bij mensen met darmkanker, en het vermoeden rijst dat ook hier sprake is van een kip-ei-kwestie.

In mBio schrijven Joseph Zackular, Patrick Schloss en collega’s hoe ze muizen door toediening van azoxymethaan en dextrannatriumsulfaat een darmontsteking bezorgden die de kans op tumorvorming zeer sterk vergrootte. Ook bij die dieren zagen ze daarbij de samenstelling van de darmflora veranderen.

Vervolgens ontdeden ze een tweede groep muizen van hun darmflora. Stelden ze die muizen bloot aan keutels en nestmateriaal van de muizen met tumoren, en gaven ze ze daarna óók een darmontstekende behandeling, dan ontwikkelden ze tweemaal zo veel tumoren als muizen die alleen keutels van gezonde soortgenoten hadden gekregen.

Bovendien bleek de tumorgroei aanzienlijk te worden geremd als naast ‘besmette’ keutels ook antibiotica werden toegediend om te voorkomen dat de vervangende darmflora zich al te veel ging thuisvoelen in de nieuwe gastheer.

Hoe het precies komt weten de onderzoekers nog niet. Mogelijk produceert de afwijkende darmflora minder ontstekingsremmers, maar het kan ook zijn dat ze de ontstekingen actief versterkt. En omgekeerd wijzigen de ontstekingen kennelijk de samenstelling van die darmflora, waarbij beide effecten elkaar op de een of andere manier versterken.

Het kan ook nog zijn dat de tumoren er zelf ook iets mee te maken hebben als ze eenmaal zijn gevormd, al lijkt het er op dat de ontstekingen belangrijker zijn.

De volgende vraag is welke bacteriesoorten in die darmflora er precies voor verantwoordelijk zijn. Duidelijk is al dat Bacteroides-, Odoribacter- en Akkermansia-soorten oververtegenwoordigd zijn bij muizen met tumoren, ten koste van Prevotellaceae en Porphyromonadaceae, maar is één groep de boosdoener of is het de combinatie die het hem doet?

bron: American Society for Microbiology

Onderwerpen