Transplanteren hoeft niet meer.

Huidcellen van muizen zijn rechtstreeks om te programmeren tot hartspierweefsel, zonder dat je er eerst pluripotente embryo-achtige stamcellen van hoeft te maken. Als het ook bij mensen werkt kun je beschadigd hartweefsel wellicht herstellen zonder dat je ook maar iets hoeft te transplanteren, zo claimen Deepak Srivastava (Gladstone Institute of Cardiovascular Disease, San Francisco) en collega’s in het tijdschrift Cell.

Srivastava ontdekte dat het kon door analyse van de genen die verhoudingsgewijs sterk tot expressie komen in muizenhartspierweefsel. Daar bleken er maar drie tussen te zitten die het in huidcellen (fibroblasten) juist rustig aan doen.

Activeer je die drie genen (om precies te zijn de transcriptiefactoren Gata4, Mef2c en Tbx5) in een fibroblast, dan blijkt die inderdaad in een hartspiercel te veranderen. Injecteer je die hergeprogrammeerde fibroblasten in een muizenhart, dan blijken ze inderdaad te functioneren als aanvulling op de aanwezige hartspiercellen.

Het leuke is echter dat harten van nature ook een soort fibroblasten bevatten als structureel element. Die fibroblasten blijk je op dezelfde manier te kunnen herprogrammeren. Dat zou dus betekenen dat je een beschadigd hart zonder transplantatie kunt oppeppen doordat je de fibroblasten de rol van het afgestorven spierweefsel laat overnemen.

Srivastava vermoedt dat dit beter werkt dan stamceltherapie. Hij heeft namelijk al geprobeerd om stamcellen te laten uitgroeien tot hartspiercellen. In de praktijk bleken die echter nooit voldoende te rijpen: ze trokken wel samen, maar niet genoeg om er een hart mee te kunnen aandrijven.

Of het herprogrammeren bij mensen net zo gemakkelijk gaat als bij muizen, moet echter nog worden afgewacht.

bron: naturenews

Onderwerpen