In Tanzania is een heliumvoorraad aangeboord die de zorgen over een wereldwijd heliumtekort weer een jaar of zeven vooruit schuift. De vondst is geen toeval maar een kwestie van beter begrip van de geochemie van helium, claimen Engelse onderzoekers.

Volgens Oxford-hoogleraar Chris Ballentine bubbelt op sommige plaatsen in de Rift-vallei een mengsel van helium en stikstof gewoon de grond uit. Een combinatie van berekeningen en seismische metingen wijst uit dat de voorraad minstens 54 miljard kubieke voet (1,5 miljard kubieke meter voor niet-Engelsen) zou kunnen bedragen, genoeg om het huidige verbruik wereldwijd gedurende zeven jaar te dekken en ‘de koelcircuits van 1,2 miljoen MRI-scanners te vullen’.

Het schijnt tevens het eerste heliumveld te zijn waar gericht naar is gezocht, in plaats dat het bij toeval werd gevonden.

Tijdens een internationaal geochemiecongres in Yokohama legden Ballentine en promovenda Diveena Danabalan (Durham University) uit hoe je zo’n heliumbron vindt. Om te beginnen moet je zoeken naar vulkanische activiteit. Helium ontstaat door radioactief verval van zware elementen in diepe rotsformaties, en heeft hitte nodig om daaruit los te komen en omhoog te stijgen. De bodemgesteldheid moet dan zo zijn dat het gas niet of nauwelijks de oppervlakte bereikt, maar zich ophoopt in ondiepe bodemlagen waar je het kunt aanboren.

Je moet ook weer niet te dicht bij de vulkaan zitten omdat daar andere gassen zoals CO2 vrij komen die het helium sterk verdunnen. De onderzoekers hebben het over een 'Goudhaartje-plek' waar je het beste helium zit: niet te dichtbij, niet te ver weg, juist goed.

De onderzoekers vermoeden dat op deze manier nog wel meer heliumbronnen te vinden zijn. Ze waarschuwen wel voor overdreven optimisme. Als we in het huidige tempo doorgaan met het vullen van ballonnetjes met helium,is in het jaar 2040 de complete wereldheliumvoorraad weggelekt naar de atmosfeer. Nieuwe bronnen stellen dat moment alleen maar uit.

bron: University of Oxford