Daar gáát je epigenoom.

De methylering van je DNA hangt af van de mate waarin je moeder was gestresst tijdens de zwangerschap. Canadees onderzoek levert daarvan het meest harde bewijs tot nu toe, blijkt uit een publicatie in PLOS One.

Jaren geleden werd al een afwijkende methylering ontdekt bij Nederlandse zestigers die tijdens de hongerwinter van 1944-45 waren geboren, maar daaruit was niet meer op te maken of het aan de honger, de kou of de stress lag. Recent onderzoek in Gambia suggereerde dat het aan de honger lag. Maar kennelijk is het óók de stress, want met de honger viel het in Canada wel mee.

Het onderzoek werd begin 1998 gestart, toen het elektriciteitsnet van de staat Quebec door ijzelvorming dusdanig werd beschadigd dat sommige gebieden zes weken zonder stroom zaten. Onderzoekers van McGill University grepen hun kans en volgden sindsdien 150 gezinnen waarvan de moeder toen zwanger was, of het vlak daarna werd.

Om te beginnen werd genoteerd hoe bar hun persoonlijke omstandigheden precies waren, dus bijvoorbeeld hoe lang ze persoonlijk zonder licht hadden gezeten. Daaruit werd een ‘objectieve’ hoeveelheid prenatale stress gedestilleerd. Daarnaast moesten ze een vragenlijst invullen die een idee gaf van de ‘subjectieve’ prenatale stres, dus de gevoelswaarde.

Recent is de gezondheid van 36 van hun kinderen gemonitord. Eerder kwam daar al een verband uit tussen de prenatale stress en symptomen van zowel astma als autisme.

Dit keer is naar 480.000 cytosines in het DNA van hun T-cellen gekeken. En toen bleek dat de methylering van 1.675 van hun cytosines een significant verband vertoonde met moeders objectieve stressniveau. Ongeveer de helft was vaker gemethyleerd dan gemiddeld, de rest minder vaak. Het grootste deel zat in genen die iets te maken hebben met het immuunsysteem, maar het betrof ook genen die betrokken zijn bij diabetes type 1.

Een significant verband met de subjectieve stresscijfers lijkt er overigens niet te zijn.

De onderzoekers geven wel aan dat ze de resultaten graag bevestigd zouden zien door een veel grotere groep proefkonijnen, die ze dan ook graag bij de geboorte zouden bemonsteren. Ethisch lijkt dat intussen een lastig verhaal te worden.

bron: McGill University