Europa kan beter eenzijdig besluiten om te streven naar een 30 procent lagere CO2-uitstoot met 30 procent, zelfs als de rest van de wereld dat niet doet.

 Het huidige streefgetal van 20 procent is zo weinig ambitieus dat we technologisch achterop dreigen te raken, zo stelde Europees commissaris Connie Hedegaard tijdens een lezing in Londen.

Eind deze maand hoopt Hedegaard met exacte cijfers te komen over de gevolgen voor de Europese economie van zo’n eenzijdige stap. Maar ze heeft alvast verklapt dat die extra 10 procent slechts 11 miljard euro meer hoeft te kosten dan wat er nu is begroot voor klimaatbeleid.

 

Een van de redenen is de economische recessie. Die heeft de CO2-uitstoot dusdanig doen dalen dat de kosten van 20% reductie eenderde lager zullen uitvallen dan men dacht in 2007, toen dat percentage werd afgesproken.

 

De keerzijde daarvan is volgens Hedegaard dat de Europese industrie nu veel te weinig dreigt te investeren in emissiebesparende technieken. Het emissiehandelssysteem had ze daartoe moeten dwingen, maar de CO2-credits zijn voorlopig zó goedkoop en zó overvloedig beschikbaar dat rustig achterover leunen voor veel bedrijven gewoon de voordeligste optie is.

 

He gevolg is dat China inmiddels bijna 10 keer zo veel als Europa investeert in de ‘low carbon economy’ zegt Hedegaard.

 

Volgens de Eurocommissaris hoeft het Europese bedrijfsleven niet meteen moord en brand te roepen over haar concurrentiepositie. Vorige week schold een allantie van energie-intensieve bedrijven, vooral uit de metaal- en chemische hoek, haar de huid vol: elke eenzijdige maatregel zou ze de kop kosten.Maar volgens Hedegaard bilijft het ook bij een aanscherping van de reductiedoelstellingen mogelijk om zulke bedrijfstakken, die rechtstreeks met vervuilers in andere werelddelen moete concurreren, wat extra CO2-credits cadeau te doen.

 

Ze geeft overigens toe dat wereldwijde afspraken nóg beter zouden zijn.

 

bron: BBC News

Onderwerpen