De Battolyser slaat elektriciteit op en produ­ceert waterstof als de accu vol is. Proton Ventures en de Technische Universiteit Delft gaan testen of dit opschaalbaar is.

‘Door met de Battolyser elektriciteit op te slaan en daarnaast ook waterstof te produceren, kunnen we duurzame energie opslaan voor korte én lange termijn’, vertelt Fokko Mulder, hoogleraar aan de Technische Universiteit Delft. Zijn vakgroep realiseerde eind 2016 de eerste Battolyser op laboratoriumschaal en ging het concept daarna samen met Proton Ventures verder ontwikkelen. In juni kreeg het project € 480.000 subsidie van het Waddenfonds om bij de Magnum-gascentrale van Nuon in de Eemshaven een pilot te realiseren.

Seizoensopslag

De Battolyser is een nikkel-ijzerbatterij, gebaseerd op de Edisonbatterij van ruim een eeuw oud. Het nadeel van zo’n batterij was dat een deel van de energie verloren ging vanwege de toen ongewilde waterstofproductie. Mulder legt uit dat de Battolyser daar juist gebruik van maakt: als er veel aanbod is van duurzame stroom (zon, wind, waterkracht), kun je de batterij opladen. ‘Als de batterij vol is, produceer je waterstof, die je kunt gebruiken als grondstof voor de chemische industrie of weer kunt omzetten in elektriciteit.’

René Benders, onderzoeker energie en milieu aan de Rijksuniversiteit Groningen, ziet mogelijkheden voor seizoensopslag. ‘Voor korte termijn kun je energie opslaan in batterijen, met compressed air energy storage (CAES, red.) of gebruiken in een waterkrachtcentrale. Dat gebeurt allemaal al, maar voor seizoensopslag is er nog vrijwel niks. De enige mogelijkheid is dan chemische opslag, die bijna altijd via waterstof verloopt. Daarvan kun je dan bijvoorbeeld ammoniak of methaan maken, wat makkelijker is op te slaan dan waterstof. Op dit moment gebeurt dat nog niet op grotere schaal, nu wordt energie in de winter aangevuld met fossiele brandstoffen.’

Efficiëntie

De battolyser in de pilot – formaat vrieskist – heeft een capaciteit van 60 kWh en een vermogen van 15 kW. Als de tests goed uitpakken, volgt wellicht een verdere opschaling naar MWh-schaal, met de afmeting van een zeecontainer. Op laboratoriumschaal werkt de Battolyser volgens Mulder heel efficiënt. ‘Als je de kilowatturen opgeslagen stroom optelt bij het aantal kilowattuur dat aanwezig is in de geproduceerde waterstof, kom je op een efficiëntie van 80 tot 90 %.’

Dat is veel, maar minder dan die van de meeste batterijen. ‘Als je van die waterstof weer elektriciteit wilt maken, verlies je zo weer 40 %’, vult Benders aan. ‘En produceer je een tussenstof als methaan, dan houd je misschien nog maar 30 % van de energie over.’

‘Nu zetten we windmolens uit bij een energie­overschot’

Toch is dat volgens Mulder beter dan wat er nu mogelijk is. ‘Nu zetten we windmolens vaak uit als er een energieoverschot is. Als we die energie toch opwekken en opslaan met de Battolyser, hopen we dat waterstof heel goedkoop beschikbaar wordt voor industriële processen. Zo zou de productie van beton veel duurzamer kunnen worden.’

Dan moet het wel echt goedkoop en op grote schaal beschikbaar zijn, en Batto­lysers bouwen met zo’n hoge capaciteit kost natuurlijk ook wat. Benders: ‘Daar­naast moet je de waterstof nog opslaan en er weer elektriciteit van maken met waterstofelektriciteitscentrales, wat eveneens een hoop geld kost. Ik vind niet dat we die elektriciteit dan maar moeten weggooien, maar of dat uit kan, moet natuurlijk nog blijken.’