Zoiets moet het zijn.

Na 6 jaar proberen is met röntgenkistallografie de structuur achterhaald van een enzym dat malariaparasieten niet kunnen missen. Het kan een nieuw medicijn tegen malaria opleveren, meldt Joseph Jez (Washington University, St .Louis) in het paper of the week van het Journal of Biological Chemistry.

Het enzym heet fosfoethanolamine methyltransferase, afgekort PMT. Zoals de naam al zegt zet het methylgroepen aan fosfoethanolamine, en levert zo een essentiële bijdrage aan de opbouw van het celmembraan.

Het interessante is dat er heel wat organismen zijn die PMT-achtige enzymen aanmaken, maar dat de mens daar niet bij hoort. Een anti-PMT-middel zou dus de malariaparasiet (Plasmodium falciparum) moeten uitschakelen zonder dat zijn slachtoffer daar last van heeft.

Dat de PMT-variant is ontrafeld, is min of meer toeval. Jez’ groep begon ooit met PMT van het rondwormpje C.elegans, dat een zekere reputatie heeft als model-organisme. Maar hoewel het wel lukte om dat PMT te laten kristalliseren, waren de kristallen niet ‘mooi’ genoeg voor een bruikbaar röntgenkristallogram.

Vandaar dat de groep besloot het te proberen met PMT-varianten uit twee andere rondwormpjes, drie plantensoorten en P. falciparum. Alleen met die laatste versie is het nu na duizenden keren proberen onder verschillende condities gelukt, waarbij ook nog een flinke dosis mazzel nodig was.

Het resulterende plaatje van de elektronendichtheid was zelfs zo scherp dat Jez er in een persbericht bijna lyrisch over wordt.

Hij heeft nu een aardig idee van de aminozuurvolgorde, en is bezig uit te vissen hoe de structuur precies te werk gaat om de gewenste methyltransfer teweeg te brengen. Als hij dat weet, kan hij gaan denken over een molecuul dat dit proces verstoort en de parasie uitschakelt.

bron: Washington University

Onderwerpen