Nederlandse teken dragen nu ook het teken-encefalitisvirus over. Lichtpuntje is dat die infectie veel minder voorkomt dan de ziekte van Lyme, en makkelijker aan te tonen is.

‘Geen grote verwondering’, noemt Jaap van Dissel het nieuws dat het teken-encefalitisvirus (tick-borne encephalitis, oftewel TBE-virus) nu ook in Nederland bij teken is aangetroffen. Van Dissel is directeur van het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) van het RIVM. Het TBE-virus komt al jaren in grote delen van Europa voor, Duitsland bijvoorbeeld telt zo’n tweehonderd à vierhonderd ziektegevallen per jaar. Nederland heeft sinds juli zijn eerste geval.

Het ‘goede’ nieuws is dat het TBE-virus veel minder vaak voorkomt in teken dan de bacterie Borrelia burgdorferi, die de ziekte van Lyme veroorzaakt. ‘Grofweg 2 % van de tekenbeten leidt tot de ziekte van Lyme. Nederland telt nu zo’n twintigduizend ziektegevallen per jaar’, vertelt Van Dissel. De kans dat je bij een activiteit in de natuur teken-encefalitis oploopt is grofweg een factor honderd kleiner, aldus de hoogleraar interne geneeskunde. Van de geïnfecteerden krijgt ‘maar’ een derde klachten in de vorm van griepachtige verschijnselen. Weer een derde daarvan ontwikkelt een hersenvliesontsteking of zelfs een hersenontsteking– dat laatste gebeurt vooral onder zestigplussers. Het overgrote deel van de patiënten herstelt, maar sommigen houden restverschijnselen. Ongeveer 1 % van de patiënten met ernstige klachten komt te overlijden.

Geen remedie

Tegen het TBE-virus is geen remedie voorhanden. Er blijken wel vaccins te bestaan. Van Dissel: ‘Er zijn twee vaccins op de EU markt beschikbaar. Dit vaccin wordt alleen in Oostenrijk landelijk toegepast. Het is in Nederland beschikbaar voor personen die enkele weken (>4) intensief in de natuur gaan verblijven in gebieden waar TBE veel voorkomt, zoals Oostenrijk of de Baltische landen. Ook dan blijft de kans TBE op te lopen zonder vaccinatie overigens klein, naar schatting < 1:10.000-100.000.’

Bij ziekteverschijnselen is de diagnose relatief makkelijk vast te stellen door met ELISA te testen op antistoffen. Voor Borrelia burgdorferi ligt dat anders. ‘Die bacterie gaat een veel complexere interactie aan met zijn gastheer dan het virus. De borrelia kiest namelijk ook voor een intracellulaire verblijfplaats en schermt zich daarmee af tegen een deel van het afweersysteem, met name antistoffen’, zegt Van Dissel. Tinne Lernout van het Belgische Wetenschappelijke Instituut Volksgezondheid (WIV-ISP) voegt toe: ‘Het lastige bij de serologische testen op Borrelia (ELISA en western blot, red.) is dat het zomaar zes weken kan duren voordat je de antistoffen IgM en IgG in het bloed kunt aantonen. Terwijl je zo vroeg mogelijk met het antibioticum wilt starten. Ook maken de huidige tests geen onderscheid tussen oude en nieuwe infecties. Daarom stellen artsen een diagnose altijd in combinatie met het constateren van ziekteverschijnselen.’

Lyme spotten

Een bekend Lyme-symptoom is de erythema migrans, een rode kring die zich rondom de beet vormt. Maar bij 30 tot 70 % van de patiënten zie je die ‘karakteristiek’ niet, soms is er alleen een vlek of helemaal geen huidafwijking. Het is dus uitkijken naar betere testmethodes. Innatoss Laboratories werkt in een consortium aan een cellulaire test in aanvulling op de huidige serologische tests. Eind juli kreeg het consortium hiertoe een geldinjectie van € 2 miljoen van de EU. Marketing & sales manager Maarten van der Zanden: ‘Onze test signaleert de cytokinen die bloedcellen uitscheiden na stimulatie met afgedode Borrelia. Cytokinen zijn vroegere markers dan antistoffen en daarmee willen we binnen vier weken een diagnose kunnen stellen.’ Dat tijdspad loopt parallel aan dat van de kliniek: als zich een rode ring vormt dan is dat gemiddeld binnen die tijd.

'30 tot 70 % van de patiënten krijgt geen rode kring'

Aangezien Lyme een complexe ziekte is, heb je volgens Van der Zanden beide kanten van het immuunsysteem – antistoffen en cytokinen – nodig om die te tackelen. ‘We verwachten dat de cellulaire test in combinatie met de serologische testen tot een completere diagnostiek leidt. Er komt niet één test. Van mensen die reumamedicijnen slikken bijvoorbeeld, verwachten we dat ze onvoldoende T-cellen hebben voor onze test.’ Innatoss Laboratories heeft als ‘hard ijkpunt’ om de cellulaire test in 2019 in verschillende landen op de markt te hebben.