Het nucleoproteïne, met rechtsonder het staartje van VP35.

Ebolavirussen gebruiken een soort moleculaire kleerhanger om hun manteleiwitten te stallen terwijl ze hun RNA dupliceren. Een dankbaar aangrijpingspunt voor antivirale sabotage, opperen Gaya Amarasinghe en collega’s van Washington University in St. Louis.

Hoe ze, in de woorden van de universitaire persvoorlichter, het garderobepersoneel moeten aanpakken weten ze nog niet. Maar hun onthulling in Cell Reports dat dit mechanisme überhaupt zo in elkaar zit, is zeer de moeite waard.

Het nucleoproteïne, zoals de mantel officieel heet, zit normaal gesproken rond de kwetsbare RNA-keten die de erfelijke informatie van het virus bevat. Voor de voortplanting moet het er tijdelijk af, anders kunnen de virale replicatie-eiwitten er niet bij. Daarna moet zowel het oorspronkelijke RNA als de kopie weer door nucleoproteïnen worden bedekt.

En dat hele proces blijkt te worden bestuurd door een viraal ‘kleerhangereiwit’ genaamd VP35. Of liever gezegd door een staartje van dat eiwit dat intrinsiek wanordelijk is: het vouwt zichzelf niet, tenzij het aan zo’n nucleoproteïne gebonden zit. Zo lang die binding bestaat, is het nuceloproteïne niet in staat zich aan RNA te hechten; op de een of andere manier lijken de replicatie-eiwitten die tijdsduur in te stellen, maar dat detail is nog onduidelijk.

Wat de Amerikanen hebben gedaan, is bepalen welke aminozuren van VP35 tot dat staartje behoren en welk deel je kunt weglaten zonder dat de werking verloren gaat. Ook hebben ze de 3D-structuur opgehelderd van de combinatie van staartje en nucleoproteïne, zodat ze nu een aardig idee hebben hoe die twee elkaar vasthouden en waardoor het komt dat de combinatie geen mantel rond RNA vormt.

De experimenten verraden bovendien dat VP35 tevens op de een of andere manier de RNA-synthese bevordert. Maar het losse staartje remt die synthese juist. De auteurs houden het er op dat het complete VP35 zich op twee verschillende plaatsen bindt aan het nucleoproteïne; de ene binding dient de kleerhangerfunctie, de andere de katalysefunctie, en kennelijk staan beide effecten los van elkaar.

Hoe de geneeskunde hier gebruik van kan maken blijft open, maar er moet wel een manier te vinden zijn.

bron: Washington University