Echt of nep?

Gat in de markt voor 'genetische paparazzi'

Juridisch bewijs op basis van DNA-sporen is lang niet zo keihard meer als het lijkt. DNA namaken is tegenwoordig kinderspel en de huidige analysemethoden zien het verschil tussen natuurlijk en synthetisch DNA niet. Je kunt dus wáchten op het eerste geval van gefabriceerd DNA-bewijs, zo waarschuwen Israelische onderzoekers in het tijdschrift Forensic Science International.

Dan Frumkin en zijn collega’s hebben de proef op de som genomen door een bloedmonster (van een vrouw) in een centrifuge te ontdoen van de witte bloedcellen. De rode bleven achter, maar die bevatten van nature geen DNA. Aan die rode cellen voegden ze DNA toe, dat ze hadden gewonnen uit het haar van een man en vermenigvuldigd via PCR. Een monster van dit bewerkte bloed stuurden ze op naar een groot forensisch lab voor een routine-analyse. Het bedrog werd niet ontdekt.

Frumkin is er tevens in geslaagd om een DNA-profiel uit een politie-database synthetisch na te bootsen. Zulke profielen zijn niet gebaseerd op een volledig genoom maar op een aantal fragmenten waarvan verschillende varianten voorkomen. Brei je de fragmenten aan elkaar die overeenkomen met het profiel van de gewenste persoon, dan blijkt dat voldoende om het lab te foppen.

Die bibliotheek hoeft niet eens echt groot te zijn: volgens Frumkin heb je in de praktijk aan 425 fragmenten genoeg om elk denkbaar profiel te kunnen maken.

In het dagblad New York Times bevestigt deskundige Gail Javitt (Johns Hopkins University) het gevaar. Ze ziet bovendien het risico opdoemen van ‘genetische paparazzi’ die DNA van een beroemdheid winnen uit - bijvoorbeeld - een sigarettenpeuk. Plaats het over naar een speekselmonster, stuur dat op naar een commercieel testbedrijf, en zet de aangeboren afwijkingen van betrokkene op de voorpagina van je tabloid. Kassa.

Frumkin denkt er zelf overigens ook een slaatje uit te slaan: hij heeft een bedrijfje opgericht, genaamd Nucleix, dat wél synthetisch DNA zegt te kunnen herkennen omdat de bouwstenen hiervan niet gemethyleerd zijn.

bron: New York Times

Onderwerpen