De rode puntjes zijn radicalen, de blauwe slierten zijn PEG.

Een met nitroxideradicalen gegarneerd dendrimeer kan mogelijk dienen als organisch contrastmiddel bij MRI-scans. Want gadolinium is al schaars genoeg, stellen Amerikaanse onderzoekers in JACS.

Tot nu toe zijn gadoliniumverbindingen de gouden standaard voor deze toepassingen, vanwege hun paramagnetische eigenschappen. Maar gadolinium behoort niet voor niets tot de zeldzame aarden, en geeft bovendien complicaties bij patiënten met nierproblemen.

Nitroxideradicalen (RN-O·) zijn eveneens paramagnetisch. Probleem is alleen dat het lichaam ze snel omzet in hydroxylamines die dat niet zijn. Bovendien geeft zo’n radicaal beduidend minder contrast dan een gadoliniumion.

Andrzej Rajca en collega’s van de University of Nebraska denken daar nu wat op te hebben gevonden. Om te beginnen gebruiken ze als drager een dendrimeer, dat is een bloemvormig vertakt polymeer met een groot aantal uiteinden waar je radicalen aan kunt hangen. En om die radicalen langer goed te houden schermen ze ze af met telkens twee cyclohexaanringen.

Om de dendrimeren in water oplosbaar te maken, voorzien ze slechts een klein deel van de uiteinden van zo’n afgeschermd radicaal. Aan de rest komt een polyethyleenglycolketen te hangen.

Het resultaat is een contrastmiddel dat ongeveer net zo goed presteert als de huidige gadoliniumverbindingen. In de bloedstroom van muizen blijft het zeker anderhalf uur effectief, wat voor de scan voldoende zou moeten zijn.

Voordat het in mensen kan worden uitgeprobeerd, zal nog wel grondig moeten worden onderzocht of het spul echt niet toxisch is.

bron: C&EN

Onderwerpen