Een kleine hoeveel eiwitten in je lab maken is één ding, maar wat doe je als je er meer nodig hebt, of als je ze in mensen wilt gebruiken? Dan moet je bij een CDMO aankloppen.

Wanneer je in de krant leest dat wetenschappers een nieuw vaccin ontwikkelden, dan lijkt de kous daarmee soms af. Helaas is dat verre van waar: wetenschappers aan universiteiten hebben namelijk niet de logistieke mogelijkheden om zelf op grote schaal vaccins te produceren – dat doen grote farmabedrijven. Uiteraard willen die eerst weten of een vaccin wel werkt, en daarvoor zijn klinische trials nodig met vaccins geproduceerd in veilige, gecontroleerde omstandigheden. Om aan die vraag te voldoen kun je in België en Nederland bij een tiental zogenaamde CDMO’s (contract development and manufacturing organizations) aankloppen, bedrijven die zich specialiseren in het opschalen van de productie van biologische stoffen, en die er bovendien voor zorgen dat je die, indien gewenst, op een veilige manier bij mensen kunt inbrengen.

'Cellen hebben vaak geen belang bij de productie'


Een van die bedrijven, het enige in Vlaanderen, is gevestigd in Gent en heet Q-Biologicals. Het ontstond toen het het Japanse Fujirebio het biofarmaceutische bedrijf Innogenetics werd overnam, dat zich specialiseert in diagnostiek en besliste om voortaan uitsluitend daarop in te zetten. ‘Om de opgebouwde expertise niet verloren te laten gaan, en omdat we aanvoelden dat er vraag was naar dit soort diensten in Vlaanderen, richtten we toen, eind 2011, zelf een bedrijf op’, vertelt CEO Annie Van Broekhoven. ‘Sindsdien gaat het snel. In 2013 draaiden we al break-even, en in de afgelopen twee jaar maakten we een mooie winst. Het bedrijf groeide van vier medewerkers naar 24 en dat aantal zal dit jaar naar verwachting verder groeien.’

Opschaling

Biologics is een verzamelnaam voor stoffen afkomstig van levende wezens. In de praktijk zijn dit vaak door genetisch gemodificeerde bacteriën, gisten of celculturen geproduceerde vaccins, therapeutische eiwitten of antilichamen. ‘Die maken wij meestal niet zelf’, vertelt Van Broekhoven.
‘Klanten leveren ze ons aan.’ Die klanten bestaan vaak uit academische groepen, kleine biotechbedrijven of een groot farmabedrijf. ‘Onze rol bestaat uit de productieopschaling door veel meer cellen te kweken en zo de aanmaak van de stof te verhogen. Dat klinkt eenvoudiger dan het is, want omdat de cellen vaak zelf geen belang hebben bij de productie van de biological, en het hen extra energie kost, zijn de cellen die zich het snelst vermenigvuldigen vaak degene die de stof niet langer aanmaken. Daar moeten we dus op letten en vervolgens zorgvuldig selecteren, bijvoorbeeld met behulp van antibiotica waarvoor de gemodificeerde cellen resistent zijn.’
Daarnaast garandeert Q-Biologicals dat alle producten vervaardigd worden volgens de GMP-regels, (good manufacturing practice). Van Broekhoven: ‘De GMP-regels verzekeren een voldoende gezuiverd eindproduct dat altijd hetzelfde is en je veilig kunt gebruiken mensen, bijvoorbeeld zonder besmetting te veroorzaken.’

'Mijn medewerkers dromen over eiwitten'


Sinds kort maakt het bedrijf deel uit van de Franse Amatsigroep, en dat opent nieuwe deuren, aldus Van Broekhoven. ‘Omdat we binnen die groep ook installaties hebben voor het in uiterst schone omstandigheden verpakken van biologicals, kunnen we onze klanten binnenkort een afgewerkt eindproduct bezorgen.’

Regio

Die klanten komen vaak uit dezelfde regio, laat Van Broekhoven weten, en die nabijheid is voor beide partijen een voordeel. ‘Dit blijft wetenschappelijk werk, en dus verloopt een productieproces nooit helemaal zoals gepland. Vaak moet je tussentijds bijsturen of overleggen om bepaalde stappen van het productieproces bij te stellen – klanten weten precies welk product ze willen. Veel klanten vinden het dan prettiger wanneer ze even in hun auto kunnen springen en met eigen ogen kunnen zien hoe het ervoor staat, in plaats van eindeloze conference calls te houden met een bedrijf in Azië of de VS.’

Uitdaging

De voorlaatste stap, het zuiveren van het eiwit, vormt de grootste uitdaging. ‘Een cel bevat zo’n 30 duizend verschillende eiwitten, en daar wil je er één uithalen, in een bruikbare vorm’, vertelt Van Broekhoven. Ervaring maakt een groot verschil, want is het een lastig proces. We zuiverden, eerst bij Innogenetics en nu hier, samen al zo’n 200 à 300 eiwitten. Je ontwikkelt na verloop van tijd een soort intuïtie wat zou kunnen werken, en wat de impact zal zijn van een zure of een basische omgeving, of van het toedienen van bepaalde zouten. Sommige van mijn medewerkers dromen denk ik over eiwitten – ze zien ze echt voor ogen, en bedenken zo heel creatieve oplossingen. Uiteindelijk leidt dat geregeld tot nieuwe vondsten.’
‘Heel veel kan ik u daarover niet vertellen, want uiteraard zijn die innovaties in belangrijke mate bedrijfsgeheim,’ verontschuldigt Van Broekhoven zich. ‘Maar we maken bijvoorbeeld deel uit van het Europe HOOKVAC-consortium, dat werkt aan een vaccin tegen de mijnworm, een parasitaire rondworm die in ontwikkelingslanden heel wat ellende veroorzaakt. Wij vonden een oplossing voor het feit dat enkele van de eiwitten die daarin men daarin gebruikt niet in oplossing blijven, maar telkens neerslaan, waardoor ze ook niet langer actief zijn. Daarin hielpen we een doorbraak te forceren, en daar zijn we best wel trots op.’