Bij naar schatting 135 Nederlandse productiebedrijven is sprake van een “reële mogelijkheid” dat technisch falen een keer gaat leiden tot serieuze brokken. Dat blijkt uit een peiling van adviesbureau Mainnovation, die vanochtend is gepresenteerd tijdens een congres in Rotterdam.

Voor het onderzoek zijn onderhoudsverantwoordelijken ondervraagd (op basis van anonimiteit, mogen we aannemen) bij 400 bedrijven in de olie- en chemiesector, de energie-opwekking, de maakindustrie, de voeding, de farma, de transportwereld en de infrastructuur. Van hen gaf 7,6 procent aan dat er in hun ogen een ‘reële kans’ is op een ernstig incident.

Teruggerekend naar het totale aantal grotere bedrijven in Nederland kom je dan uit op 135 risicogevallen.

In de olie- en chemiesector is men iets optimistischer dan het gemiddelde: daar ziet maar 6 procent van de onderhoudsmanagers een ongeluk aankomen. Dit ondanks het feit dat in die sector 10 procent van de ondervraagden vindt dat de technische staat van de eigen installaties te wensen overlaat.

De grootste optimisten zitten in de voeding en de farma, waar slechts 5 procent problemen vreest. Volgens de onderzoekers komt dat doordat de economische crisis hier minder hard heeft toegeslagen: mensen blijven tenslotte eten en pillen slikken. De grootste pessimisten zitten in de energiesector waar 14 procent incidenten voorziet.

De reden is wel duidelijk. Van de respondenten die hun machinepark als ‘onbetrouwbaar’ kwalificeren, zegt de helft dat bij de aanschaf van nieuwe spullen bezuinigd is op kwaliteit. 60 procent van deze groep klaagt over verlaagde onderhoudsbudgetten; van wat er dan over is, wordt slechts eenderde aan preventief onderhoud besteed. Ter vergelijking: bij als ‘betrouwbaar’ gekwalificeerde machineparken is 61 procent van het onderhoud preventief.

Onduidelijk is of hierbij is gecompenseerd voor het publieke geheim dat de beroepsgroep mag bogen op een hoog percentage notoire mopperkonten.

bron: Mainnovation

Onderwerpen