Fossiele bedrijven geven voorrang aan de kortetermijnbelangen van hun aandeelhouders en werken zo de energietransitie tegen. Voor universiteiten is samenwerking met deze partijen daarom geen optie, vinden Geert-Jan Kroes en Philipp Gramlich.  

Onlangs publiceerden Van der Horst, Koper en Van der Molen een opiniestuk in C2W | Mens & Molecule [’Het domweg verbieden van samenwerkingen is onverstandig’, 28 feb. 2024 online, red.] waarin zij betoogden dat samenwerking met fossiele bedrijven zoals Shell nodig is voor de energietransitie. Zij gaven in wezen twee argumenten. Ten eerste zou, voor de reductie van het ozongat via vervanging van CFK’s, ook samenwerking nodig zijn geweest tussen bedrijven en universitaire onderzoekers. Het tweede argument was dat fossiele bedrijven nodig zouden zijn om de productie van schone energie op te schalen. Geen van beide argumenten is geldig.  

Gevestigde belangen 

De uitfasering van CFK’s is qua omvang van de ‘transitie’ niet vergelijkbaar met de energietransitie. Grote veranderingen in consumentengedrag waren niet nodig. Er was geen onnodig grote schade voor mensen en bedrijven. Een tegenvoorbeeld: De elektrische auto is in de markt gezet door een nieuw bedrijf, Tesla, en niet door de conventionele auto-industrie met haar gevestigde belangen.   

Ook expertise met opschaling is geen argument. Ingenieurs die schone energietechnologieën kunnen opschalen hebben wezenlijk andere technische kennis en vaardigheden dan ingenieurs die werken met fossiele technologieën. Een tekort aan ingenieurs van de eerste categorie is een barrière voor een snelle energietransitie en wordt sneller verholpen als de vraag naar de tweede categorie daalt.   

Legitimeren 

Het grote probleem met bedrijven als Shell is dat de leiding gaat voor de kortetermijnbelangen van hun aandeelhouders. Als alle nieuwe bronnen van olie en gas waar bedrijven naar speuren worden ingezet voor de productie van fossiele brandstoffen, zal het doel van ‘Parijs’ — temperatuurstijging beperken tot ruim onder de twee graden — niet worden bereikt. Voor het bedrijf waarvan wij weten dat het wezenlijke stappen heeft gezet in de energietransitie, Ørsted, geldt dat het in meerderheid in overheidshanden is. Als universiteiten blijven samenwerken met fossiele bedrijven leidt dat tot ‘greenwashing’. Universiteiten legitimeren zo de activiteiten van bedrijven die ondertussen de energietransitie tegenwerken.  

Beschermen 

Recent is duidelijk geworden dat het Europese Hof voor de Rechten van de Mens het klimaatprobleem als een mensenrechtenkwestie beschouwt, en dat overheden daarom hun burgers moeten beschermen tegen de opwarming van de aarde. Ook om die reden kunnen medewerkers van universiteiten, die worden gefinancierd met overheidsgeld, niet blijven samenwerken met bedrijven die, in plaats van zich te committeren aan ‘Parijs’, voorrang geven aan hun aandeelhouders.  

Geert-Jan Kroes is hoogleraar theoretische chemie aan de Universiteit Leiden, Philipp Gramlich is gepromoveerd chemicus en werkzaam voor NaturalScience.Careers.