Volgens verschillende start-ups is de gevestigde chemische industrie te conservatief. Hierdoor krijgen volgens hen nieuwe, creatieve oplossingen niet de kans zich te bewijzen en dat hindert ook de noodzakelijke verduurzaming van de sector. ‘Ik begrijp dat grote bedrijven groot denken, maar ze moeten ook realistisch zijn.’
Het was een stevige uitspraak van Monique Wekking, mede-oprichter en CCO van start-up Relement, op het podium van de Avond van de Chemie, afgelopen oktober in Nijmegen. ‘De chemische industrie is te conservatief, en dit zit echte innovatie en verduurzaming in de weg. En het zorgt ervoor dat veel chemische startups het uiteindelijk niet redden.’ Hoewel Relement inmiddels blij mag zijn met een flinke nieuwe investering, staat die boodschap volgens Wekking nog steeds overeind. ‘Er zijn ontzettend veel creatieve chemici in Nederland en Europa die met goede oplossingen komen om fossiele grondstoffen te vervangen’, zegt Wekking. ‘Maar veel van deze bedrijven halen toch de eindstreep niet. Of het nou gaat om gerecyclede of biobased materialen, ze hebben het allemaal lastig om de valley of death te overleven totdat er op grote commerciële schaal geproduceerd kan worden.’
Filipijnen
Natuurlijk ligt dat niet alleen maar aan de gevestigde industrie; soms blijkt een idee gewoon niet schaalbaar. Maar de terughoudendheid van grote chemische bedrijven om nieuwe oplossingen een kans te geven, speelt volgens Wekking wel een grote rol: ‘Bij de R&D afdeling is er vaak interesse, maar andere afdelingen stellen veel te veel onrealistische eisen.’ Zo werd Wekking al eens gevraagd wanneer ze de chemische registratie voor de Filipijnen rond zou hebben. En of ze op korte termijn 5000 ton kon leveren. ‘Ik snap dat grote bedrijven groot denken, maar ze moeten ook realistisch zijn over wat een start-up op korte en middellange termijn kan realiseren. Je kunt bij een nieuw chemisch proces niet simpelweg de ene dag enkele tientallen kilo’s produceren en de volgende dag op kiloton schaal draaien.’
‘Bij kleinere bedrijven zie je vaak meer bereidheid tot experimenteren, dus daar zetten wij nu op in’
Joost Paques, Paques Biomaterialen
Zo werkt Relement aan een biobased vervanger van ftaalzuur anhydride, een monomeer dat veel wordt gebruikt in verf, lijm en composietmaterialen. ‘Op termijn kunnen we dit zeker op grote schaal leveren, maar nu hebben we steun nodig om die stap te maken en de eerste industriële productie te realiseren.’ Wekking ziet dat er veel interesse is voor haar ingrediënt, maar veel grote bedrijven wachten af hoe de prijs en de volumes zich ontwikkelen. ‘We zijn continu bezig om bewijs te verzamelen dat ons product beter werkt dan bestaande ingrediënten voor coatings, maar uitgebreid applicatieonderzoek opzetten kost tijd en geld. Onze strategie is dan ook om ons voorlopig op nichemarkten te richten, en we zijn blij dat we hier nu de eerste stappen in hebben kunnen zetten.’
Traag
Vrijwel alle chemische start-ups komen de obstakels tegen die Wekking noemt, al hebben zogenoemde drop-in chemicals het iets makkelijker. Dit zien we onder andere bij Mevaldi, een bedrijf dat diolen maakt uit biobased grondstoffen. ‘Deze diolen worden veel gebruikt als monomeren in allerlei producten, van coatings en verf tot lijm en elastomeren’, vertelt CCO Kristel de Ridder. ‘Wij maken vooral 3-methyl pentaandiol en bio-based polyolen, en bedrijven kunnen de fossiele variant in principe één op één vervangen door onze producten.’
Toch heeft ook Mevaldi flink moeten zoeken naar investeringspartners. ‘Je ziet dat maar weinig grote bedrijven op dit moment risico’s willen nemen, ze blijven liever bij de ingrediënten die ze kennen. En als ze interesse hebben, merk je ook dat de interne processen erg traag zijn en je regelmatig een jaar moet wachten op een contract. En dan is het voor een startup soms gewoon al te laat.’ Gelukkig wist Mevaldi uiteindelijk een samenwerking vast te leggen met de International Chemical Investors Group. ‘Zij konden ons ook weer aan andere investeerders koppelen, én ze hadden lege fabrieken beschikbaar die we konden gebruiken voor eerste productie. Daardoor kunnen wij nu al flinke volumes gaan produceren en de eerste klanten bedienen.’ Het is dus soms ook een kwestie van netwerk en timing. ‘Er zijn altijd mensen die willen helpen, maar die moet je wel zien te vinden.’
’Je moet regelmatig een jaar wachten op een contract. En dan is het voor een startup soms gewoon al te laat’
Kristel de Ridder, Mevaldi
Niche
Toch is het volgens Joost Paques, directeur van Paques Biomaterials vraagt, is ook wel logisch dat grote bedrijven wat terughoudender zijn. ‘Het draait vrijwel allemaal om geld. Zij proberen ook alleen maar hun positie te behouden en te zorgen dat hun investeerders gelukkig blijven. Dan is het nou eenmaal makkelijker om af te wachten en pas in te stappen als een product zich heeft bewezen. Maar die houding is voor startups vaak funest.’ Paques Biomaterials produceert PHA, een duurzamere bouwsteen voor plastics. ‘We zien veel interesse van grote bedrijven, maar weinig daden.’ Paques Biomaterials richt zijn pijlers daarom eerst op andere klanten. ‘Bij kleinere bedrijven zie je vaak meer bereidheid tot experimenteren, dus daar zetten wij nu op in.’
Relement heeft een vergelijkbare strategie, en werkt inmiddels al samen met verschillende MKB-ers en familiebedrijven, vertelt Wekking. ‘Worlée Chemie uit Duitsland gebruikt ons ingrediënt en levert onder andere aan Koninklijke Van Wijhe Verf in Zwolle en Baril Coatings in Den Bosch. Nu zij laten zien dat onze producten goed werken, kunnen we hopelijk meer bedrijven overtuigen.’
Bijmengplicht
De startups proberen de grote bedrijven dus over te halen door te demonstreren hoe goed hun producten werken. En verder lijkt nieuwe regelgeving erg belangrijk om grotere stappen te kunnen zetten. ‘Kijk maar naar de bijmengplicht bij brandstoffen, dit garandeert een afzetmarkt voor producenten van biobrandstof’, zegt Wekking. ‘Het zou mooi zijn als we dat ook kunnen invoeren op andere gebieden zoals materialen.’
‘Bij de R&D afdeling is er vaak interesse, maar andere afdelingen stellen veel te veel onrealistische eisen’
Monique Wekking, Relement
De hoop is hierbij gevestigd op de Europese Unie. Onder andere de VNCI is flink aan het lobbyen om dergelijke regels in te voeren, en ook vanuit de industrie zijn er wel oren naar. ‘Als ze moeten, kunnen ze het ook verantwoorden tegenover hun investeerders’, vertelt Paques. ‘En het kan ook een goede boost zijn voor Europese bedrijven, zodat we minder afhankelijk worden van grondstoffen van buiten Europa.’
Wat ook zou helpen zijn andere regels voor subsidies, die beter aansluiten bij de realiteit. Wekking: ‘Je mag nu na een paar jaar geen subsidie meer aanvragen als bedrijf, maar in de chemische sector ben je dan nog lang niet rendabel. Dus het zou mooi zijn als hier een uitzondering op komt, en dat investeerders ook niet meer gaan eisen dat ze hun geld binnen tien jaar terugverdienen. In de chemie heb je toch al snel twintig jaar nodig.’
Met deze aanpassingen moet het hopelijk lukken om meer startups door gevreesde valley of death te loodsen. ‘Er is genoeg ruimte op de markt, dus we hebben weinig last van concurrentie’, zegt Wekking. ‘Ik hoop dat ze het allemaal overleven en dat we een grote community krijgen van duurzame bedrijven die echt een verschil maken voor de wereld. Dan kunnen de grote bedrijven niet meer om ons heen, en moeten ze wel in beweging komen.’










Nog geen opmerkingen