Het is het schrikbeeld voor velen: opeens moet je weer examen doen. We vroegen aan enkele professionele chemici om de uitdaging aan te gaan en dat leverde naast herkenning, ook best wat stress en frustratie op. Het actuele karakter van de onderwerpen werd zeer gewaardeerd, het benodigde leeswerk beviel niet iedereen.   

Het fenomeen eindexamen leeft niet alleen bij de scholieren die het ondergaan. Tijdens de examenperiode denken de meesten van ons eventjes terug aan hun eigen ervaringen destijds. Ook al heb je je schooldiploma al jaren veilig op zak, bij velen sluimert de angst dat je het nogmaals moet doen en er dan niks meer van bakt. Om die angst dan maar meteen recht in het gezicht te kijken, vroegen we enkele professionele chemici van verschillende generaties om de scheikunde examens van dit jaar ook te maken. Of op z’n minst te bekijken en een eerste indruk te schetsen. 

Olieverf 

Leon Smook, promovendus en winnaar van de KNCV Golden Master Award 2022 haalde een 9,2 op zijn eindexamen in 2015. Hij dook voor ons in het havo-examen scheikunde. ‘Het is leuk om te zien dat zowel feitenkennis als inzicht wordt getoetst. Met name dat inzicht wordt belangrijk in chemisch onderzoek. Neem bijvoorbeeld de vragen over crosslinks in de opgave over chemie in olieverf; het inzicht dat crosslinks zorgen voor verminderde vervormbaarheid van de verf en dat de gehydrolyseerde vetzuurresten vrij kunnen bewegen, hangt sterk samen met het vertalen van de chemische structuur naar materiaaleigenschappen.’ Gemene instinkers zag hij ook. ‘De examinatoren hebben ervoor gekozen om twee verschillende triglyceriden in dezelfde opgave te gebruiken. Ze geven dit wel aan, maar daar kun je, zeker als je gestrest bent, toch maar zo overheen lezen.’  

Puzzelen 

Promovendus, wetenschapscommunicator en voormalig winnaar van de Jong KNCV Spotlightprijs Annemarie Maan (eindexamenjaar 2013; cijfer 9,3) begon vol enthousiasme opnieuw aan het vwo-examen scheikunde. ‘Het viel me vooral op dat de vragen in dit examen erg actueel zijn met onderwerpen als biodiesel en de lithiumbatterij. Dat vind ik heel tof om te zien. Ook leuk dat er veel verschillende vlakken van de scheikunde terugkomen: polymeerchemie, biochemie, procestechnologie, circulaire chemie en elektrochemie.’ Dat betekent niet dat ze al deze onderwerpen even makkelijk vond. ‘Mijn sterke punt is rekenen. Dat is gewoon puzzelen, daar houd ik wel van, en de eenheden goed in de gaten houden. Mijn zwakke punt waren de kennisvragen, vooral over de zuurconstante en elektrochemie. Die kennis is verder weggezakt dan ik zou willen, alhoewel ik denk dat die vragen niet per se moeilijk waren, als ik de theorie vers in mijn geheugen zou hebben of als ik de BINAS erbij had.’ Al met al zou ze wel weer zijn geslaagd. ‘Met goed lezen en een gezond bèta brein kom je een heel eind.’   

Veel rekenwerk 

Die noodzaak om de vragen goed te lezen wordt ook door andere kandidaten genoemd. ‘Er was veel tekst waar je doorheen moest en het was niet altijd even helder wat er nou precies van je wordt gevraagd. Ik geef nog veel bijles en ik zie dat leerlingen soms moeite hebben om de vraag uit de tekst te halen’, zegt Jenny Hasenack, wetenschapscommunicator en columnist van C2W | Mens & Molecule. ‘Bijvoorbeeld de vraag over Gerolsteiner bronwater vond ik onduidelijk.’ Hasenack deed eindexamen in 2012 en haalde toen een 8,2. Het examen van dit jaar was volgens haar niet vreselijk moeilijk. ‘Wel vond ik het heel veel rekenwerk en dat heeft niet per se met chemisch inzicht te maken. Er werd maar een keer ‘waarom’ gevraagd en een keer ‘verklaar’. Veel opgaven kon ik op de automatische piloot doen.’ Het actuele karakter van de vragen sprak haar zeker aan, maar ze vraagt zich of de leerlingen daar echt op zitten te wachten. ‘Zij vragen zich vooral af wat ze moeten doen en wat ze moeten uitrekenen.’  

Ingewikkeld geformuleerd 

Dat vroeg ook KNCV-voorzitter Yvonne van der Meer, hoogleraar aan de Universiteit Maastricht (examenjaar 1989, haalde een ‘8 of 9’) zich af. ‘Ik vond het wel pittig hoor, en ook heel veel. Wat me opviel is dat je echt goed moet lezen om de eigenlijke vraag te extraheren. Ik kan me voorstellen dat dat voor sommige leerlingen best lastig is, zeker onder tijdsdruk. En hiermee test je bovendien niet zozeer de chemische kennis en het inzicht, maar vooral de taligheid van de leerling.’ Van der Meer viel ook over Gerolsteiner-vraag. ‘Wat was daar nou precies de bedoeling? Ik vind dat voor een scheikunde examen de vragen erg ingewikkeld zijn geformuleerd.’ Daarentegen waren de onderwerpen van de vragen wel heel leuk. ‘Heel actueel, divers en dichtbij mijn eigen veld. Heel anders dan in mijn schooltijd, maar wel veel herkenbare concepten zoals molberekeningen, zuur-base reacties en redoxreacties. Ik denk wel dat ik wederom zou slagen, maar met een mager zesje of misschien een zeventje.’  

Strikvragen  

Bij Sander van Kasteren (examenjaar 1996, toen ‘ruim boven de 8’), hoogleraar aan de Universiteit Leiden, kwam de oude frustratie meteen weer naar boven. ‘Dat had ik vroeger ook al, dat je ziet dat er strikvragen en onnodige omrekeningen enzo in zijn gestopt om het moeilijker te maken. Daarmee test je vooral of iemand goed oplet, maar het maakt je niet tot een betere chemicus.’ Al die lappen tekst hoeven voor hem ook niet. ‘Het lijkt meer een oefening in tekstverklaren, dan dat je scheikundige vakkennis wordt getoetst. Die vraag over biodiesel bijvoorbeeld, het was me echt niet overal duidelijk wat daar nou werd bedoeld.’ Nog iets positiefs te melden? ‘Heel leuk dat de vragen zo actueel zijn, met ook veel biochemie erin. In mijn herinnering was mijn eigen examen een stuk droger en theoretischer met vooral veel berekeningen. Ook leuk om zelf weer eens een kloppende reactievergelijking op te schrijven, dat heb ik sinds mijn studie niet meer gedaan. Wat me ook opvalt is hoe snel studenten alles weer vergeten. Mijn tweedejaars studenten, die echt kortgeleden examen hebben gedaan, hebben toch weer moeite met reactievergelijkingen en molberekeningen.’ Van Kasteren denkt dat hij het net zou halen. ‘Een zesje zegt mijn gevoel. Ik voelde ook wel meteen weer de spanning toen ik naar het examen keek.’  

Nostalgisch 

Natuurlijk waagde ook de redactie van C2W | Mens & Molecule zich aan de opgaven. Vakredacteur Jessica Vermeer (eindexamenjaar 2011, haalde toen een 8,5) vond het vooral heel leuk om weer te doen. ‘Het was bijna nostalgisch. Leuk om te zien hoever je nog komt.’ Goed lezen bleek ook voor haar belangrijk. ‘Ik heb punten laten liggen omdat ik niet zorgvuldig genoeg had gelezen.’ De opzoekvragen konden haar niet bekoren. ‘Ik ben wel klaar met de DNA-vragen. Je moet vooral de tabel goed kunnen lezen. Het draait om informatieverwerking en heeft weinig met chemie te maken.’ Daniël Linzel, vak-/eindredacteur (examenjaar 2013; geslaagd met een 7,8) viel het alleszins mee om weer examen te doen. ‘Het verbaasde me hoeveel ik er nog van wist, gezien alle verschillende onderwerpen en vragen. Er is een soort examensmaak aan de vragen die ik meteen herkende. Blijkbaar, en dat viel me mee, heb ik nog voldoende kennis behouden om het examen met een dikke voldoende af te sluiten.’ En hoe scoorde ondergetekende die examen deed in 1991 en toen een 8 binnensleepte? Nou, ik was aangenaam verrast dat ik nog best een aardig idee had hoe ik het zou aanpakken. Maar of ik weer was geslaagd, geen idee. Of eigenlijk wel, en daar laat ik het maar even bij… 

 

Zelf aan de slag?

Voor wie nu nieuwsgierig is naar de eindexamens en zichzelf wil testen, alle opgaven, uitwerkingen en correctievoorschriften zijn te vinden op examenblad.nl, dit zijn de directe links naar de scheikunde examens: 

vwo examen scheikunde 2023

havo examen scheikunde 2023

vmbo TL en GL NaSk2 examen 2023