Caster Semenya, officieel een 'zij'

Uitsluitend via testosteronmetingen in bloed of urine bepalen of vrouwelijke atleten echt vrouwen zijn, is een slecht idee. Dat schrijven onderzoekers van Stanford University deze week in het Americal Journal of Bioethics.

Katrina Karkazis en collega’s reageren daarmee op het bericht dat het Internationaal Olympisch Comité (IOC) overweegt om zo’n test nog vóór de Spelen in Londen in te voeren. De internationale atletiekfederatie IAAF heeft dat vorig jaar al gedaan. Vrouwen met een van nature te hoog testosterongehalte zouden dan van deelname worden uitgesloten tenzij ze met medicijnen of desnoods een chirurgische ingreep hun testosteron omlaag weten te krijgen.

Probleem is volgens Karkazis echter dat het verschil tussen vrouw-zijn en man-zijn niet aan één biomarker is op te hangen, dus ook niet aan testosteron.

Eerder bleek al dat je het niet aan het DNA kunt zien: normaal gesproken hebben vrouwen twee X-chromosomen en mannen een X en een Y, maar er zijn vrouwen genoeg die óók XY hebben maar er voor de rest overtuigend vrouwelijk uitzien.

Aan de uitwendige geslachtsorganen kun je het ook niet met zekerheid zien; ook daar zijn namelijk merkwaaridge tussenvormen van bekend.

Maar uiteraard duiken er telkens weer klachten op over ‘manwijven’ die volgens hun tegenstanders de competitie vervalsen. De testosterontest vloeit rechtstreeks voort uit de rel rond de Zuid-Afrikaanse hardloopster Caster Semenya, die in 2009 wereldkampioene op de 800 meter werd en vervolgens er van werd beschuldigd dat ze een vent was. De IAAF liet haar testen en had vervolgens 11 maanden nodig om intern tot de conclusie te komen dat Semenya wèl met de vrouwen mee mag sporten.

Vervolgens besloot de IAAF echter dat het in de toekomst simpeler moest en dat een simpele testosterontest dus maar doorslaggevend moest zijn.

Volgens Karkazis en collega’s is dat dus niet ethisch. Ten eerste is testosteron echt niet de enige factor die mannelijke atleten harder laat lopen dan vrouwen.Ten tweede worden basketballers met een genetische afwijking, die ze extra grote handen bezorgt, óók niet uit de competitie geweerd. Ten derde zijn die medicijnen en chirurgische ingrepen (zoals het verwijderen van inwendige testikels) in de praktijk nogal link.

En ten vierde is het 'zorgwekkend' dat het hebben van een lage stem en behaarde benen al genoeg kan zijn om bij de IAAF te worden aangegeven door een jaloerse collega-atlete.

Waarbij Karkazis aantekent dat er in de geschiedenis van de internationale topsport nog maar twee keer een échte man is betrapt die zich als vrouwelijke atleet voordeed.

bron: Stanford

Onderwerpen