Europese farmaconcerns doen gemiddeld net iets meer moeite voor ontwikkelingslanden dan hun Amerikaanse concurrenten. Maar het verschil wordt kleiner, zo blijkt uit de tweede Access to Medicine Index die maandag werd gepresenteerd.

Volgens de in Haarlem gevestigde Access to Medicine Foundation, die de ranking opstelde, doet de industrie over het algemeen steeds beter haar best om de derde wereld van passende en vooral ook betaalbare geneesmiddelen te voorzien. Maar, zo zegt oprichter Wim Leereveld, er is nog een lange weg te gaan.

Het Britse GlaxoSmithKline eindigde voor de tweede keer op nummer één, met een ruime voorsprong op de concurrentie. Het bedrijf heeft de meeste medicijnen tegen tropische ziekten in de pijplijn, en investeert 20 procent van de in ontwikkelingslanden behaalde winst in projecten in die landen. Ook ViiV Healthcare, het anti-hiv-samenwerkingsverband van GSK en Pfizer, wordt genoemd als voorbeeld van hoe het wél moet. Pfizer komt in de index overigens niet hoger dan een elfde plaats.

Op twee staat het Amerikaanse Merck, op drie het Zwitserse Novartis. Zes van de bedrijven uit de toptien zijn Europees. Bij de vorige ranking, in 2008, waren het er nog 7.

De index bevat ook een ranking van generieke producenten. Opvallend is daarbij dat de complete topdrie (Ranbaxy, Cipla en Dr.Reddy’s) is gevestigd in India.

bron: Access to Medicine

Onderwerpen