Koffiebesboorder bereidt zich voor op zijn maaltijd.

Hoe kan een koffiebesboorder in koffiebonen overleven? Onderzoekers van Berkeley en USDA vonden de oplossing in het microbioom van de kleine kever die veel overlast veroorzaakt bij de koffieteelt.

De koffiebesboorder (Hypothenemus hampei) boort zichzelf in koffiebonen en blijft vrijwel zijn hele leven in een boontje zitten om zich daarvan te voeden. Cafeïne behoort tot de alkaloïden en verondersteld wordt dat het gebruikt wordt als verdediging tegen onder andere insecten. Toch lijkt de koffiebesboorder er geen last te hebben, ondanks dat het beestje een vergelijkbare hoeveelheid cafeïne binnenkrijgt die overeenkomt met 500 koppen espresso voor een mens. Een Amerikaans onderzoeksteam laat deze week in Nature communications zien dat de kever deze hoeveelheden cafeïne kan overleven door zijn microbioom.

Het team identificeerde veertien bacteriën die ze bij alle boorders aantroffen. In deze bacteriën zochten ze vervolgens in de gesequenste data naar een cdmA-gen waarvan bekend is dat het eiwit, caffeïnedemethylase, cafeïne kan omzetten. De veelvoorkomende bacterie Pseudomonas fulva bleek dit eiwit en masse aan te maken. En kevers die de koffieboon niet kunnen consumeren blijken de bacterie en het gen te missen.

Behandelden de onderzoekers de kever met een antibioticum dat deze bacterie de das omdoet, zagen ze dat de kever cafeïne niet meer kon omzetten. Wanneer ze P. fulva weer aan de kever toevoegden, zagen ze dat de uitwerpselen van de koffiebesboorder weer geen cafeïne bevatten zoals voor de toediening van antibiotica.

Het team suggereert nu dat je bij de bestrijding van de koffiebesboorder je ook kunt richten op het microbioom van de kever in plaats van op het beestje zelf.

Bron: Nature communications