Een doos met oude buisjes van Henry Miller

Dozen met oude buisjes leiden tot Science-publicatie

In een afgesloten bol kun je veel meer aminozuren maken uit eenvoudige moleculen dan gedacht. Stanley Miller vond een halve eeuw geleden slechts vijf aminozuren met zijn beroemde oersoepexperiment. Ruim 55 jaar na zijn publicatie in Science, publiceert hetzelfde tijdschrift een vervolgstudie waarin een van Millers oudstudenten oude monsters opnieuw heeft geanalyseerd. Hij vond maar liefst 22 aminozuren.

In 2007 stierf Stanley Miller, de onderzoeker die beroemd werd met experimenten waarin hij in een grote bol met water, methaan, ammonia en waterstof aminozuren liet ontstaan door stroomstoten. Bij het opruimen van zijn lab werden een paar dozen gevonden met buisjes met de gedroogde resten van Millers oorspronkelijke experimenten.

Jeffrey Bada van het Scripps Institution of Oceanography in San Diego, die in 1960 student in het lab van Miller was, besloot inhoud van de buisjes opnieuw te laten analyseren met moderne chromatografie- en massaspectrometrietechnieken. Dit maal identificeerden Bada en zijn collega’s, soms in heel lage concentraties, 17 aminozuren meer dan Miller.

Miller wilde met stroomstoten aantonen dat bliksem een belangrijke rol speelde in het ontstaan van leven op aarde. In de loop der jaren kwam er steeds meer kritiek op het experiment. De atmosfeer van de vroege aarde was waarschijnlijk lang niet zo reducerend als het gasmengsel dat Miller gebruikte en zou veel meer CO2 en stikstof bevatten.

Bada pleit nu voor een herwaardering van Millers onderzoek. Hij denkt dat vulkaanuitbarstingen een belangrijke rol hebben gespeeld in het ontstaan van leven. De reducerende gassen die bij een uitbarsting vrij komen zijn vergelijkbaar met de inhoud van Millers bol.

Bron: Science

Onderwerpen