Een van Johnsons sensoren.

Het verschil tussen een melanoom en een gewone sproet kun je ruiken. En het moet nog lukken met een handzame nanosensor ook, schrijven onderzoekers uit Philadelphia in het Journal of Chromatography B.

Zulke melanomen, die ontstaan in pigmentcellen (melanocyten), zijn verantwoordelijk voor ongeveer driekwart van alle sterfgevallen door huidkanker. Hoe vroeger je ze ontdekt, hoe groter de overlevingskans - maar dat ontdekken is afhankelijk van het visueel inschatten of een sproet verdacht is.

Al eerder was echter ontdekt dat speurhonden in principe een melanoom kunnen ruiken. Er moet dus een specifieke cocktail van vluchtige organische stoffen uit komen, en bij het Monell Chemical Senses Center hebben ze nu voor het eerst weten te achterhalen welke cocktail dat precies is. Daartoe kweekten ze zowel melanomen als melanocyten in petrischaaltjes, absorbeerden de damp die er uit kwam met solid phase micro-extraction, en analyseerden de oogst met een combinatie van gaschromatografie en massaspectrometrie.

Inderdaad konden ze melanomen zo duidelijk van melanocyten onderscheiden, en zelfs verschillende typen melanomen van elkaar.

Toen ze dát eenmaal wisten konden ze een eerder door A.T. Charlie Johnson (University of Pennsylvania) ontwikkelde nanosensor zo aanpassen dat hij specifiek reageerde op de stoffen waaraan je een melanoom herkent. Johnsons sensoren bestaan uit een koolstofnanobuisje waar een enkele DNA-streng omheen zit gedraaid. Inderdaad is het gelukt om er eentje te maken die selectief reageert om de melanoom-VOC’s.

Momenteel zijn de onderzoekers bezig om melanomen van echte patiënten te bemonsteren, om te checken of de geurcocktail echt zo specifiek is.

Hoe lang het duurt eer elke sproetenbus over zo'n sensor beschikt, valt vooralsnog niet te voorspellen.

bron: Monell

Onderwerpen