Eigenwijsheid is volgens Javier Pérez-Ramírez de sleutel tot weten­schappelijk succes. ‘Geloof in een uitdagend onderwerp en draag bij aan gebieden waarnaar nog niemand anders heeft gekeken.’

Zelf zegt Javier Pérez-Ramírez (44) het niet te hebben ervaren als een bliksemcarrière. Maar acht jaar na zijn promotie in Delft was hij hoogleraar catalysis engineering aan de ETH in Zürich – niet bepaald de minste universiteit. ‘Het was een kwestie van het juiste onderwerp kiezen op het juiste moment, en van geloven in wat je doet’, zegt hij achteraf. ‘Dat is mijn belangrijkste advies aan jongeren die een carrière willen starten. Volg niet de heersende mode. Probeer iets dat niet veel anderen doen, zelfs als het op het eerste gezicht niet zo interessant lijkt, en doe dat heel erg goed.’

Onlangs was hij even terug in Delft voor het afscheid van zijn promotor Freek Kapteijn, die ooit persoonlijk naar Alicante afreisde om hem uit zijn vertrouwde Spaanse omgeving los te weken. Uiteraard kwamen tijdens het feestje de nodige lovende statistieken langs, maar daar houdt Pérez-Ramírez dus helemaal niet van. ‘Als citatiescores of een H-index een directe maat zouden zijn voor kwaliteit, dan had je geen wetenschappers meer nodig om wetenschappers te evalueren. Dan kon je hoogleraren voortaan door secretaresses laten aanstellen. Maar zo vermoord je de wetenschap. Getallen zijn belangrijk, maar ze bepalen volgens mij maar een fractie van je succes. Mijn scores zijn prima, maar daar moet je niet naar kijken.’

Hoe vind je onderwerpen waarmee je kunt scoren?

‘Meestal is er een duidelijk verband met industriële behoeftes, zelfs als het heel fundamenteel werk is. Zelf heb ik vier jaar binnen de industrie gewerkt en een aantal octrooien binnengehaald. Ik ben naar de universiteit teruggegaan toen ik me realiseerde dat ik meer aan nieuwe concepten wilde werken en minder aan optimalisatie. Maar ik praat nog steeds veel met de industrie en werk er vaak mee samen. Zo kom je er achter wat de werkelijke behoeftes zijn. En dat zijn lang niet allemaal optimalisatiekwesties, er zitten ook fundamentele problemen bij, binnen de hernieuwbare grondstoffen en bij raffinaderijen.’

Voor je promotieonderzoek naar lachgas kreeg je ooit de KNCV-Katalyseprijs. Hoe kwam je daar bijvoorbeeld aan?

‘Dat kwam van Freek Kapteijn. Binnen de groep was er eerder aan gewerkt en hij zei dat er misschien een grant mee was binnen te halen. Ik weet nog dat ik toen de oudere literatuur in ben gedoken en me realiseerde dat er heel veel losse eindjes waren. Iedereen keek naar NO en NO2, niet naar N2O. Dus ik zei: hier ligt een kans om dat weer populair te maken.

In vier jaar hebben we er 43 keer over gepubliceerd. Vandaar dat Freek tijdens zijn afscheidspraatje zei dat hij moe van me werd: hij moest al die manuscripten lezen. Maar we vormden een heel goed team.’

Toen je die medaille kreeg, vertelde je al dat je op dat lachgas was uitgekeken. Wat is momenteel je favoriet?

‘Eigenlijk zijn er drie. Het eerste is wat ze single-atom catalysis noemen: losse atomen stabiliseren in een vaste matrix om heel rare reactiviteiten te creëren. De heterogene katalyse probeert al heel lang complexen uit de homogene katalyse te imiteren op een vaste drager. Met nanometaaldeeltjes lukte dat nooit helemaal. Maar we kunnen nu een los palladium­atoom plaatsen in een holte van een anorganisch materiaal, waarbij de zijwanden dezelfde rol vervullen als organische liganden. Dat is een heel recente publicatie in Nature Nanotechnology. Je krijgt zo dezelfde reactiviteit als met homogene katalyse, maar dan met een vaste stof die je heel makkelijk uit je vloeistof kunt halen om te recyclen. De kunst is uiteraard om die holtes heel nauwkeurig te ontwerpen, als een hole waar dat ene atoom in past als een golfbal.’

‘Mijn promovendi houden de innovatiemachine in beweging’

Een andere favoriet is CO2-activering. We willen toe naar een kunstmatig blad dat fotosynthese bedrijft met CO2, water en zonlicht. Daarbij werken we samen met verschillende Europese bedrijven. Een van onze systemen is redelijk succesvol, we hopen het volgend jaar te gaan opschalen en uiteindelijk de wereld te demonstreren dat het mogelijk is. Voorlopig zijn bedrijven nog goedkoper uit als ze hun CO2 laten ontsnappen en de emissietaks betalen. Maar er komt een tijd dat de CO2-markt het waard wordt om in te investeren.

We hebben een project lopen om de samenleving te laten zien dat je zelfs grote luchthavens koolstofneutraal kunt maken. Luchtverkeer laat zich lastig elektrificeren, accu’s in een vliegtuig gaan niet werken als er ook nog mensen in moeten passen. Toch willen we alle brandstof voor vertrekkende vliegtuigen en alle verbruik van de luchthaven dekken óf compenseren met hernieuwbare energie.’

En nummer drie?

‘Aardgas activeren. Dankzij alle nieuw ontdekte schaliegasvelden wordt aardgas een belangrijke grondstof voor brandstoffen en chemicaliën, en dan heb je het over voldoende voorraden voor driehonderd tot vijfhonderd jaar. Maar die voorraden zitten meestal in afgelegen gebieden, dus je moet er wel vloeistoffen van maken om niet kapot te gaan aan de transportkosten.

‘Ooit wordt de CO2-markt het waard om in te investeren’

Samen met de industrie proberen we dat te realiseren, niet via Fischer-Tropsch maar door rechtstreeks C-H-bindingen in methaan, ethaan en propaan selectief te activeren met behulp van halogenen.’

Met bijna vierhonderd publicaties op je naam ben je zeldzaam productief. Is dat ook om grants binnen te halen?

‘Nee, dat is vooral omdat ik extreem goede promovendi heb. Zij houden de innovatiemachine in beweging. En als iets nieuw is, dan wil een wetenschapper dat nu eenmaal verspreiden. Het is niet met opzet, het is niet voor de grants, het is eerder kwaliteit dan kwantiteit.’

Hoe groot is je groep nu?

‘Ongeveer 42 mensen. Dat is eigenlijk precies goed voor mij. Als het er meer waren, zou het lastig worden ze te managen zonder dat het ten koste gaat van mijn eigen diepgang. Met minder kom je kritische massa tekort.’

En waar haal je al die goede mensen vandaan?

‘De meeste komen van de ETH zelf. Die hebben een uitstekende opleiding gehad en kunnen snel uitgroeien tot zeer productieve onderzoekers. De rest komt van topuniversiteiten uit het buitenland, en meestal behoren die tot de top van hun jaar. Dat maakt mijn werk relatief eenvoudig: ik hoef ze alleen maar met een onderwerp te inspireren. Als ze slimmer zijn dan jou, dan trekken ze jou omhoog. Zo werkt het gewoon: als je maar omringd wordt door heel goede studenten, word je zelf ook een heel goede hoogleraar.’

Beknopt cv, Javier Pérez-Ramírez

2010-heden: hoogleraar catalysis engineering, ETH Zürich

2005-2009: groepsleider, Institute of Chemical Research of Catalonia, Tarragona

2002-2005: onderzoeker bij Norsk Hydro en Yara Inter­national, Porsgrunn, Noorwegen

1998-2002: promotie catalysis engineering, Technische Universiteit Delft

1993-1997: studie chemical engineering, universiteit van Alicante