S. typhi.

Een receptoreiwit genaamd TLR11 maakt muizen van nature ongevoelig voor tyfusinfecties. Schakel het bijbehorende gen uit en je hebt een muismodel om tyfusvaccins op uit te proberen, schrijven onderzoekers van Columbia University (VS) in het tijdschrift Cell.

Tot nu toe moest men zijc bij tyfusvaccinonderzoek behelpen met chimera’s: muizen met een mix van muizen- en mensencellen. Alleen die laatsten worden door Salmonella typhi geïnfecteerd, en de immuunreactie die je dan ziet is niet echt representatief. Geen wonder dat men nooit een vaccin heeft weten te ontwikkelen dat echt betrouwbaar is.

TLR11 is een zogeheten toll-like receptor. De onderzoekers vermoedden dat dit eiwit iets met de resistentie van muizen tegen S. typhi te maken zou kunnen hebben omdat het overal op het darmepitheel voorkomt. Eerder hadden ze al ontdekt dat TLR11 muizen beschermt tegen infectie met Toxoplasma gondii, de veroorzaker van toxoplasmose. En het belangrijste: mensen hebben het gen voor TLR11 niet.

Goed gegokt. ‘Knockout-muizen’ bij wie het TLR11-gen was uitgeschakeld, bleken bij orale blootstelling aan S. typhi inderdaad tyfusverschijnselen te gaan vertonen. En die verschijnselen waren inderdaad te voorkomen door de muizen vooraf te vaccineren met gedode exemplaren van die bacterie. Het bleek zelfs mogelijk om uit het bloed van gevaccineerde muizen een serum te bereiden dat bij andere muizen werkte als vaccin.

Met andere woorden: deze knockout-muizen zijn prima bruikbaar om vaccins op uit te testen.

De onderzoekers hebben ook al ontdekt hoe TLR11 werkt. Het hecht zich aan flagelline, een eiwit uit de zweepstaart van S.typhi. Het zou wel eens kunnen dat deze receptor muizen beschermt tegen álle bacteriën met zo’n zweepstaart, en dat zijn er nogal wat. Dat zou dan weer betekenen dat je de knockoutvariant kunt inzetten bij het onderzoek naar een hele reeks andere aandoeningen, waar nu nog geen goed diermodel voor is.

bron: Columbia University Medical Center

Onderwerpen