Na zijn promotie over de aardappel is Jan Uitdewilligen verder gegaan in de plantenveredeling. Hij krijgt energie van de diversiteit aan plantengenen.

Zo’n 10 jaar geleden stond Jan Uitdewilligen (37) als hlo-student biotechnologie in C2W met de Leica Laboratorium Scriptie­prijs; hij behaalde de eerste plaats. Hierna besefte hij dat hij verder wilde in de plantenwetenschappen. ‘De prijs gaf me toch wel zelfvertrouwen om verder te gaan in het onderzoek. Mijn promotieonderzoek in Wageningen ging over zoeken naar genetische merkers in het DNA van de aardappel, die de kwaliteit bepalen.’

Inmiddels werkt Uitdewilligen sinds begin dit jaar als bio-informaticus bij Limgroup, een veredelingsbedrijf voor asperges, aardbeien en paddenstoelen. De aardappel heeft hij dus achter zich gelaten. ‘Het maakt me niet zoveel uit naar welke gewassen ik kijk. Ik ben als data-analyticus bezig de gewenste genetische eigenschappen te selecteren voor testkruisingen. Als de jonge planten goed groeien, kunnen we zo nieuwe rassen maken.’

Impact

Dat de planten in zoveel diverse vormen voorkomen, terwijl het DNA grotendeels gelijk is, vindt Uitdewilligen het leukst aan zijn werk. ‘Het genotype vertoont vaak maar kleine verschillen, terwijl het uiterlijk van de planten juist sterk uiteen kan lopen. Ik zoek de DNA-merkers die net het verschil maken.’ Pas 7 jaar is het bedrijf bezig met de veredeling van aardbeien en paddenstoelen. Voor Uitdewilligen zijn die genetisch interessant. ‘De aardbei heeft weer een heel andere genetische diversiteit, want die is polyploïd (meer dan twee sets chromosomen in de celkern, red.), en dat maakt het juist een boeiende vrucht.’

‘Aardbei is genetisch heel interessant’

Los van de inhoud, vindt de bio-informaticus het ook belangrijk om dagelijks met iets bezig te zijn wat impact heeft op de maatschappij. ‘Het bedrijf brengt nieuwe rassen op de markt voor menselijke consumptie. We zijn dus continu bezig de zaad­productie en de kwaliteit van bestaande en nieuwe rassen te verbeteren met veredeling. Ik doe dit liever dan fundamenteel onderzoek.’

Uitdewilligen is meer achter de computer bezig dan in het laboratorium. ‘Toch jammer dat ik niet meer zoveel in de praktijk sta. Dat was altijd leuk tijdens mijn studie en promotieonderzoek. Soms ga ik nog wel even een paar uurtjes het veld in om eigenschappen te scoren van de planten, of ik bezoek de mensen in het lab en kijk waar ze mee bezig zijn.’

Droombaan

Het carrièrepad van Uitdewilligen is redelijk rechtlijnig, hij heeft zich altijd al met planten beziggehouden. Hiervoor werkte hij in de plantenvoeding, bij productiebedrijf Bertels. Hij merkte daar dat de verkoop en het commerciële hem toch minder goed lagen. ‘In dat bedrijf was ik hoofd van de afdeling en was er te weinig tijd om dingen uit te zoeken. Teleurstellend vond ik dat. Eigenlijk had ik niet bij dat bedrijf moeten beginnen, het past gewoon niet bij mij.’ Nu lijkt hij zijn droombaan te hebben gevonden, in het oude vertrouwde Limburg. ‘Ik wilde graag terug naar Limburg en dat is gelukt. Ik zie mezelf dit werk nog wel 10 jaar doen.’