De stap van middelbare scholier naar student kan moeilijk zijn. Je zit in een onbekende stad, leert andere mensen kennen en moet ook nog nieuwe stof leren. Hoe kun je die overgang zo makkelijk mogelijk maken?

Hanna Robin (30): 'We kunnen niks verplichten'

Docent chemie en studieloopbaan­begeleider chemische technologie, Hanzehogeschool Groningen

‘Als je voor een bètastudie kiest, moet je beseffen dat het geen makkelijke studie is, en dat het je veel tijd gaat kosten. Zeker bij scheikunde heb je veel practica. Maar naast het volle rooster heb je wel veel vrijheid, en daarmee kunnen veel studenten in het begin niet goed omgaan. Het is erg verleidelijk om af en toe een college te missen omdat het de avond ervoor laat is geworden, of omdat je naar een activiteit van je studentenvereniging wilt. Daarom houden wij bij wie er aanwezig zijn, zodat we die gegevens kunnen koppelen aan de cijfers. Als je het erg bont maakt, proberen we je bij te sturen. Maar we kunnen niks verplichten.

Omdat scheikunde een zware studie is, proberen wij er met een studiekeuzecheck voor te zorgen dat de studenten echt op hun plek zijn. De cijfers zeggen niet altijd alles, want de ene middelbare school behandelt nou eenmaal meer onderwerpen dan de ander en de basiskennis moet toch echt wel aanwezig zijn. Daarom doen de aankomende studenten allerlei tests, en als ik aan de resultaten twijfel nodig ik ze uit voor een gesprek. Natuurlijk is mijn advies in principe slechts een aanbeveling, maar je ziet wel dat studenten die het niet opvolgen het uiteindelijk vaak niet redden.’

Jimmy van Zanten (21): 'De studie begon wel direct heftig'

Tweedejaarsstudent life ­science and ­technology, Universiteit Leiden

‘Ik heb niet echt moeite gehad met de overgang naar de universiteit, maar het was wel een beetje eng. Je verhuist naar een nieuwe stad waar je niemand kent en je weet niet precies wat je kunt verwachten. Gelukkig heeft iedereen dat gevoel, dus als je jezelf voorneemt om er gewoon voor te gaan, komt het vanzelf goed. Dat merkte ik ook al snel, tijdens de introweek en het eerstejaarsweekend leerde ik een leuke groep mensen kennen.

De studie begon wel direct heftig. We hadden na anderhalve week al een tentamen: een essay over celbiologie. Dat was meteen heel anders dan de middelbare school en we moesten hard aanpoten. Natuurlijk keken ze het essay wel na in de wetenschap dat we nog nauwelijks college hadden gehad. Ze houden ook rekening met de studenten die op de middelbare school misschien minder goed biologie of scheikunde hebben gehad. De vakken worden heel geleidelijk moeilijker, zodat iedereen rustig op hetzelfde niveau kan komen.

Na een tijdje studeren, merk je vaak dat je toch echt meer moet doen dan alleen de colleges volgen. Ik denk dat dat de grootste valkuil is, veel mensen onderschatten hoeveel werk het kost. Je moet eraan blijven trekken. Als je elke dag bij de studentenvereniging zit te borrelen, red je het niet. Toch zou ik wel dingen naast je studie gaan doen, anders is het ook niet vol te houden. Je moet gewoon goed leren combineren.’

Rens Horst (20): 'Je kunt je mentor alles vragen'

Tweedejaarsstudent chemische technologie, Universiteit Twente

‘Ik ben waarschijnlijk een van de weinige studenten die het begin van de studie erg makkelijk vond. Dat heb ik te danken aan mijn docent scheikunde, want die heeft ons vanaf de vijfde klas al dingen geleerd die je normaal pas op de universiteit krijgt. Onze toetsen waren dan ook al ver boven examen­niveau. De eerste inleidende vakken op de universiteit waren voor mij daardoor veel makkelijker dan voor mijn klasgenoten, want het was voornamelijk herhaling.

Ik moest wel echt even wennen aan het studentenleven. Op de middelbare school was ik meer teruggetrokken, dus nieuwe vrienden maken leek in het begin moeilijk, maar viel gelukkig reuze mee. Daarnaast moet je ineens allemaal dingen regelen die eerst je ouders gewoon deden, zoals boodschappen doen en je geldzaken in de gaten houden. Mijn eten was de eerste maanden ook niet echt hoogstaand, maar dat werd gelukkig vanzelf beter.

In het eerste jaar koppelt de universiteit je aan een mentor en een studentmentor die je wegwijs maken in het studentenleven. Je kunt je studentmentor alles vragen. Ik ben zelf ook mentor geweest, en je moet sommige studenten echt wakker schoppen als ze blijven feesten en niet naar college gaan. Dit is ook wel nodig, want door het nieuwe onderwijssysteem in Twente krijgt je alleen punten als je alle vakken in een blok haalt. Ik vind het zelf een veel te schools systeem, je kunt veel minder naast je studie doen. Hoewel die vrijheid voor veel studenten een valkuil is, moet je ook de ruimte krijgen om je persoonlijk te ontwikkelen.’

Maaike Beernink (19): 'Ik ben maar niet op kamers gegaan'

Tweedejaarsstudent chemie, Saxion Hogeschool Deventer

‘Op het hbo moet je niet alleen op school zelfstandig werken, maar moet je ook thuis nog wel een paar uur aan de bak. Dat is volgens mij het grootste verschil met de middelbare school. Vroeger was je na schooltijd grotendeels vrij, nu heb je juist op school meer vrijheid en ligt er thuis nog werk te wachten. Dat is soms lastig te combineren met het studentenleven, want je wil ook af en toe een terrasje pakken. Ik ben maar niet op kamers gegaan, omdat ik bang was dat het
studeren er dan bij in zou schieten. Gelukkig helpen ouderejaars je wel door de vakken heen, en heb je elke week contact met je studieloopbaanbegeleider.

Ik had zelf veel moeite met wiskunde, omdat ik geen wiskunde B had gevolgd. Maar door bijspijkercursussen en extra lessen kwam ik uiteindelijk toch op hetzelfde niveau als mijn klasgenoten. En als dat niet genoeg was geweest, had ik ook gewoon bij de docenten kunnen aankloppen. Ze doen veel om ervoor te zorgen dat iedereen het kan volgen. De begeleiding op de middelbare school kan volgens mij een stuk beter.

Je moet wel open dagen en meeloopdagen bezoeken, maar daar zie je niet hoe het nou echt is om te studeren. Ik had liever contact gehad met docenten en voorlichting gekregen over wat de vakken inhouden. Dan voorkom je volgens mij ook veel uitval. Van de dertig man die in mijn eerste jaar begonnen, zijn er nu nog maar veertien over. Sommigen konden het niveau gewoon niet aan, maar er zijn ook studenten die afvallen omdat de studie niet aan hun verwachtingen voldoet. Dat is gewoon jammer.