Is de malariamug met de Zwitserse vinding een stuk minder gevaarlijk?

Malariaparasieten zijn te bestrijden door selectief een van hun essentiële chaperonne-eiwitten uit te schakelen. Dit stellen onderzoekers van de Universiteit van Genève in Journal of Medicinal Chemistry. Daarin noemen ze ook vijf moleculen die daadwerkelijk in staat zijn de malaria-eiwitten te blokkeren.

De nieuwe stoffen zijn zogenoemde 7-azaindolen, analogen van indool met een extra stikstof. Deze moleculen passen precies in een gat van Heat Shock Protein 90 (HSP90) van de parasiet Plasmodium falciparum, die een van de zwaarste vormen van malaria veroorzaakt. Zodra er van die indolen in dat gat zitten, kan HSP90 zijn werk niet meer doen. Het mooie is dat het gat bij de menselijke HSP90-variant niet aanwezig is.

HSP90 beschermt andere eiwitten van de malariaparasiet tegen de hoge temperatuur die bij griep ontstaat. Zet je het chaperonne eiwit uit met indolen, dan legt de malariaparasiet vanzelf het loodje.

De onderzoekers zochten eerst, met behulp van een computerprogramma dat moleculen modelleert, moleculen die in een ander gat van HSP90 pasten. Dit gat kwam bij zowel de parasiet als de mens voor, zij het met wat kleine verschillen. Ze konden hiervoor echter geen kandidaten vinden die alleen bij de parasiet paste. Ze vonden echter wel een nieuw gat, wat alleen bij het parasitaire HSP90 voorkomt.

De Zwitsers zochten, na het vinden van het gat, naar kandidaten die HSP90 zouden kunnen stopzetten en vonden vijf kandidaten. Deze testten ze in vitro op Plasmodium falciparum, waarbij bleek dat ze zeer effectief werkten. De parasieten gingen dood bij doses die niet schadelijk zijn voor de menselijke rode bloedcellen. De volgende stap is het fine-tunen van de moleculen, zodat je ze kunt testen in klinische trials.

Bron: Journal of Medicinal Chemistry

Onderwerpen