‘Degradeerbaar’ polyethyleen is in wezen volksverlakkerij. De kunststofketens vallen misschien wel snel in stukjes uit elkaar maar niemand heeft ooit serieus onderzocht hoe lang die stukjes vervolgens in het milieu blijven rondzwerven, zo concluderen Indiase en Zweedse onderzoekers uit een literatuurstudie.

De producenten van dit soort plastic komen alleen weg met hun milieuvriendelijke claims omdat de term ‘degradeerbaar’ niets zegt over hoe de snelheid van die degradatie, zo suggereren de onderzoekers in Environmental Science and Technology.

Ze hebben het dan over degradeerbaarheid die wordt ingebouwd in kunststoffen op aardoliebasis, die normaal gesproken vrijwel het eeuwige leven hebben. Dat gebeurt door stoffen toe te voegen die de oxidatieve afbraak van de moleculen bevorderen. Die oxidanten zijn vaak overgangsmetalen zoals ijzer en kobalt, die hun werk doen in combinatie met warmte, zonlicht en zuurstof uit de lucht.

Inderdaad valt een zak, die van dergelijk plastic is vervaardigd, binnen een paar jaar uit elkaar in stukjes die voor het blote oog onzichtbaar zijn. Opgeruimd staat netjes, zo lijkt het. Maar die stukjes zijn daarna het contact met de oxidant kwijt en degraderen verder net zo min als gewone polyethyleen of zware stookolie. Bovendien komen de oxidanten en eventuele andere toxische additieven ook in het milieu terecht.

“Of dit nu goed nieuws voor de natuur is, is nooit bewezen”, zo vat laatste auteur Ann-Christine Albertsson (KTH Stockholm) het samen.

Voeg daar nog aan toe dat je deze vorm van polyethyleen niet in de compost wilt hebben (want die wordt door de afbraakproducten verpest) en ook niet in de ‘gewone’ kunststofrecycling (tenzij je wilt dat je recyclaat vol oxidanten komt te zitten!) en je kunt gerust concluderen dat deze ontwikkeling een doodlopende weg is. Of hoort te zijn.

bron: naturenews

Onderwerpen