Met een massaspectrometer kun je verschil zien tussen de metabolieten die een geoefende marathonloper produceert, en die van een couch potato die probeert om mee te rennen. Dat melden Amerikaanse wetenschappers op de website van Science Translational Medicine.

De onderzoekers van Harvard, MIT en het Massachusetts General Hospital ontwikkelden een protocol om bloedplasma te testen op 210 verschillende metabolieten, kleine moleculen die gelden als afbraakproducten van vetten, suikers en aminozuren.

Vervolgens lieten ze 70 proefpersonen 10 minuten hollen op de lopende band, waarbij bloedmonsters werden genomen voor, meteen na en een uur na de oefening. De inspanning bleek te leiden tot verschillen in de concentraties van 21 van de geteste metabolieten, waaronder een paar die nooit eerder met lichamelijke inspanning in verband waren gebracht. Als voorbeeld noemen ze niacinamide, een stof die de afgifte van insuline versterkt.

Om het effect van langdurige inspanning te bekijken, werde ook monsers genomen van 25 deelnemers aan de marathon van Boson. Daar kwam onder meer uit dat die onderweg behoorlijk inteerden op hun reservevoorraad aminozuren.

Er was ook een duidelijk verband te zien tussen het metabolisme en de lichamelijke conditie, die bij het lopende-bandexperiment werd afgeleid uit de maximale zuurstofopname en bij de marathonlopers simpelweg uit de tijd die ze nodig hadden om de finish te halen. De meest fitte proefpersonen kregen met name meer glycerol in hun bloed, wat een teken is dat ze sneller vetten kunnen afbreken.

De onderzoekers hopen dat hierdoor optermijn dudielijkwordt weaarom ichaamsbeweging de kans op hart- en vaatziekten en diabets vermindert. Maar ze speculerenook hardop over de mogelijkheid om metabolieten, die heel snel blijken te worden opgebruikt, via sportdrankjes aan te vullen.

bron: Massachusetts General Hospital

Onderwerpen