Boven ELO, onder het druivenpittenamine. Voor de duidelijkheid is 1 van de 3 vetzuurketens weggelaten.

Franse onderzoekers hebben een epoxyhars ontwikkeld op basis van lijnolie en druivenpitten. De thermische en mechanische eigenschappen zijn nog niet geweldig maar in elk geval zit er geen bisfenol A in, zo was de boodschap tijdens het najaarscongres van de American Chemical Society in Denver.

Op termijn zou je zulke harsen bijvoorbeeld kunnen gebruiken om de binnenkant van voedsel- en drankblikjes te bekleden. Nu wordt daar nog vrijwel uitsluitend epoxyhars op basis van aardolie voor gebruikt, met bisfenol A als belangrijke component. Maar aardolie is niet duurzaam en bisfenol A kan de menselijke hormoonhuishouding verstoren, al is nog steeds niet helemaal duidelijk hoe groot de zorgen zijn die je jezelf daarover moet maken.

Al eerder was geprobeerd om die bisfenol A te vervangen door iets plantaardigs, bijvoorbeeld geëpoxideerde lijnzaadolie (ELO). Maar voor een complete epoxyhars heb je ook nog een stof nodig die de ELO-moleculen aan elkaar koppelt, en tot nu toe kon men daarvoor niets beters verzinnen dan een industrieel alkylamine op aardoliebasis.

Mylène Stemmelen, Vincent Lapinte en collega’s (Université Montpellier 2) hebben nu bedacht dat je zo’n amine ook kunt maken door natuurlijke oliën (in dit geval uit druivenpitten) te behandelen met cysteamine. Met een beetje verhitten bleek het inderdaad mogelijk om ELO hiermee te ‘crosslinken’ tot een vaste epoxyhars.

Ze proberen nu om het druivenpittenamine dusdanig te verbeteren dat deze hars ook praktisch bruikbaar wordt.

bron: ACS

Onderwerpen