De azijnzuurfabriek in Nanjing.

Celanese wil in China twee installaties bouwen die elk 400.000 ton ethanol per jaar maken op basis van steenkool. Het Texaanse chemieconcern denkt er 700 miljoen dollar in te investeren, zo maakte het deze week bekend. Over de exacte locaties wordt nog onderhandeld.

Steenkool gebruiken is simpelweg goedkoper dan biomassa fermenteren, zo heeft Celanese-ceo David Weidmann laten weten aan het persbureau Bloomberg.

Procestechnisch bouwt de ethanolproductie voort op Celanese’s bestaande platform voor de productie van azijnzuur en vinylacetaat. In 2006 opende het bedrijf zo’n fabriek in Nanjing (ook China), met een capaciteit van 600.000 ton per jaar. Oorspronkelijk schijnt het de bedoeling te zijn geweest dat hij op aardgas draaide, maar al snel werd besloten om op kolen over te schakelen.

Zeker in China, met zijn enorme kolenreserves, ligt die omschakeling voor de hand. Het drukt de kosten en voorkomt dat je afhankelijk wordt van aardgas uit het buitenland.

Technisch is het niet zo moeilijk: de grondstof wordt meteen na binnenkomst vergast tot waterstof en koolstofmonoxide, en voor een vergasser maakt het verhoudingsgewijs weinig uit of je kolen, aardgas of een andere koolwaterstof gebruikt.

Weidmann zegt met de ethanol in eerste instantie te mikken op de industriële markt. In principe is het product ook als autobrandstof te verkopen, maar dát gaat Celanese pas doen als er in China serieus een markt voor ontstaat.

bron: Celanese, Bloomberg

Onderwerpen