Vroedmeesterpad met eieren.

Legendarische fraudeur wellicht toch onschuldig

De Oostenrijkse bioloog Paul Kammerer (1880-1926) moet achteraf misschien niet worden beschouwd als een ordinaire fraudeur maar als de vader van de moderne epigenetica. Dat suggereert de Chileense onderzoeker Alexander Vargas op de website van het Journal of Excperimental Zoology Part B.

Vargas vermoedt tevens dat de vroedmeesterpadden, waar Kammerer mee experimenteerde, wel eens een excellent modelsysteem voor epigenetisch onderzoek zouden kunnen zijn.

Kammerer hing de leer van de Franse bioloog Jean-Baptiste Lamarck aan, die inhoudt dat tijdens het leven verworven eigenschappen overerfbaar zijn. De Oostenrijker probeerde dat te bewijzen door vroedmeesterpadden, die normaal gesproken vooral op het land leven, te houden in een bak vol water. Na een paar generaties leken ze inderdaad aan het water te zijn gewend. Ze leken zelfs extra uitstulpingen op hun voorpoten te ontwikkelen, net als échte waterpadden die daardoor meer grip op elkaar krijgen tijdens de paring.

Het ging mis toen een collega ontdekte dat die uitstulpingen vol Oost-Indische inkt zaten. Of Kammerer die er zelf in had gespoten of dat een rivaal het had gedaan om hem in diskrediet te brengen, is niet duidelijk. Hoe dan ook, Kammerers wetenschappelijke reputatie was in één klap naar de filistijnen. Een paar weken later pleegde hij zelfmoord.

De laatste jaren komen er echter steeds meer bewijzen dat veranderingen van buitenaf wel degelijk invloed op de nakomelingen kunnen hebben, niet via de genen (die verander je zo immers niet) maar via de genetische expressie. En Vargas stelt nu dat Kammerer misschien wel de eerste was die zulke epigenetische effecten wetenschappelijk heeft beschreven, zonder dat hij zelf begreep wat hij zag.

Van de veranderingen aan de padden die Kammerer in zijn aantekeningen beschrijft, zoals verhoogd lichaamsgewicht en kleinere eieren, is tegenwoordig inderdaad bekend dat ze kunnen worden veroorzaakt door epigenetische factoren. En inmiddels is ook bekend dat vroedmeesterpadden de genetische aanleg voor die uitstulpingen wel degelijk hebben: er is al eens een exemplaar gevonden waarbij dat gen per ongeluk tot expressie kwam.

Achteraf denkt Vargas Kammerers resultaten prima te kunnen verklaren. Om de proef op de som te nemen hoopt hij ze een keer over te doen, met hulp van moderne analyse-apparatuur. Probleem is wel dat die pad nu al een bedreigde diersoort is.

bron: Wiley-Blackwell

Onderwerpen