Als de specialiteiten hier blijven, zit DSM Delft nog grotendeels safe.

DSM gaat een groter deel van de productie verplaatsen naar landen buiten Europa. Daar zitten immers ook de meeste klanten, zegt ceo Feike Sijbesma in het Financieele Dagblad.

Volgens de ceo wordt 45 procent van de DSM-producten in Europa gemaakt terwijl maar 33 procent van de totale productie daar ook wordt verkocht. Andere factoren zijn de relatief hoge energieprijzen in Europa en de inflexibeliteit van de arbeidsmarkt. Op die manier is Europa volgens de ceo niet concurrerend.

Wat er precies wordt verplaatst is nog niet duidelijk, maar het gaat vooral om ‘commodities’. “Hoe meer onderscheidend een product is, hoe beter het kan blijven. Hoe meer een product gemeengoed is, des te sneller het naar het buitenland kan gaan”, aldus Sijbesma. Met de aantekening dat specialiteiten de neiging hebben om gemeengoed te worden. Als voorbeeld noemt hij vitamine B6, waarvan al is besloten dat de productie van Duitsland naar China kan.

Hij benadrukt dat de productie-activiteiten in elk geval niet helemaal uit Nederland zullen verdwijnen. Onder meer omdat een groot deel van de R&D hier zit, en DSM vast van plan is om dat wél zo te houden mits er voldoende personeel voor is te vinden. En het onderzoek kan niet zonder interactie met productie.

Wat ook meespeelt is dat het net zo min duurzaam is om producten van China naar hier te transporteren, als omgekeerd.

Sijbesma sprak met het FD naar aanleiding van de presentatie van de jaarcijfers. Die waren volgens verwachting: in het vierde kwartaal is verlies geleden door toedoen van de dure euro, maar de rest van het jaar was zo goed dat het dividend omhoog kan.

bron: FD

Onderwerpen