Via isotopenanalyse kun je aan de haren van een beer aflezen hoe vaak hij picknickmanden leegvreet. Gemiddeld steeds minder vaak, melden Californische onderzoekers in het komende nummer van Frontiers in Ecology and the Environment.

Ze hebben het dan met name over de zwarte beren in Yosemite National Park, waar het management in 1999 een campagne begon om menselijk voedsel buiten bereik van de dieren te houden. Bijvoorbeeld door voedselcontainers ‘bear proof’ te maken, probleemberen hard aan te pakken en - vooral - menselijke bezoekers beter op te voeden.

De isotopenanalyse laat zien dat het succes heeft gehad. Gekeken wordt daarbij vooral naar de verhouding tussen de natuurlijke isotopen 12C en 13C. Bij verreweg de meeste planten, en dieren die die planten eten, is deze verhouding redelijk constant. Alleen bij mais en suikerriet, die hun koolstof via een afwijkende biochemische route vastleggen, is het 13C-percentage duidelijk hoger.

En laten dat nu net planten zijn die een zwarte beer in de vrije natuur nooit tegenkomt, terwijl ze wel volop in menselijke voedselproducten zitten. Inclusief vlees van dieren die met mais zijn gevoerd.

De onderzoekers hebben dus recente haren van het prikkeldraad geplukt, en die vergeleken met oude berenvachten uit musea en andere collecties. Die haren zijn vergeleken met haren van mensen, met haren van beren die nooit menselijk eten hadden gegeten, en met de forellen die ooit in het gebied werden gekweekt en óók clandestien door de beren werden gevreten.

Resultaat: rond 1915, toen er nog nauwelijks toeristen waren en de beren alleen maar vuilnishopen afstroopten, bestond 13 procent van hun voer uit menselijke producten. In de jaren 30, toen ze actief werden bijgevoerd omdat de toeristen daar zo graag naar kwamen kijken, werd het 27 procent. Rond 1980, toen dat bijvoeren was gestopt maar de beren de smaak te pakken hadden gekregen en steeds brutaler werden, steeg het zelfs tot 35 procent. En inmiddels is het weer terug op 13 procent, ondanks het feit dat er veel meer mensen in het park rondlopen dan een eeuw geleden.

Het percentage zou nog lager zijn als er geen mensen waren die het nooit leren. En het probleem met beren is dat ze altijd blijven zoeken naar mensenvoer zodra ze eenmaal de smaak te pakken hebben...

bron: UC Santa Cruz

Onderwerpen