In Praag zijn de stoffelijke resten opgegraven van de 16e eeuwse astronoom Tycho Brahe. Met moderne analysemethoden hoopt men te kunnen achterhalen of diens plotselinge overlijden in 1601 wel helemaal natuurlijk was.

Brahe, een Deense edelman, was de beroemdste astronoom van zijn tijd. De legende wil dat hij het slachtoffer werd van een overvloedig besprenkeld koninklijk banket: opstaan om naar de wc te gaan was tegen de etiquette, en het gevolg was een kapotte blaas.

Maar in 1901 is hij ook al een keer opgegraven. Toen zijn een paar haarlokken achtergehouden, en bij een analyse in 1996 bleek daar verdacht veel kwik in te zitten. Het zou het gevolg kunnen zijn van overmatig gebruik van een kwikhoudende pijnstiller, maar het kan ook betekenen dat de man is vermoord.

Er is zelfs wel eens beweerd dat Brahe’s assistent, de Duitse astronoom Johannes Kepler, er achter zat.

Deense, Tsjechische en Zweedse onderzoekers onder leiding van Jens Vellev (Aarhus Universitet) gaan nu haren én botten onderwerpen aan CT-scans, neutronenactiveringsanalyse en PIXE (proton induced X-ray emission). Dat moet onder meer uitwijzen of Brahe voldoende kwik bevatte om er aan dood te gaan.

Ook is men benieuwd naar metaalresten op de schedel. Tijdens een duel was Brahe ooit een deel van zijn neus kwijtgeraakt. Het gat was opgevuld met een metalen plaatje. In 1901 bleek dat al niet meer in het graf aanwezig te zijn, maar aan de sporen op het neusbeen hoopt men te kunnen afleiden wat voor metaallegering het geweest is.

De resultaten van het onderzoek worden in de loop van volgend jaar verwacht.

bron: Associated Press

Onderwerpen